Dagobert Duck in recruitment land: communities

Ik las vroeger altijd de strips van Donald Duck. Je kunt namelijk ontzettend veel wijsheden uit de Donald Duck halen. En de oom van Donald, oom Dagobert is de inspirator geweest voor dit verhaal. Weet iemand nog hoe Dagobert zijn fortuin heeft vergaard? Nu, het verhaal gaat dat oom Dagobert zijn carrière begonnen is als schoenenpoetser waarmee hij zijn eerste geluksdubbeltje heeft verdiend en dat dubbeltje zou de basis hebben gelegd voor zijn geldpakhuis. Maar zo is het niet in het echt gegaan. Want oom Dagobert vond zijn echte geluk in Klondike.

Klondike
Klondike is een klein onherbergzaam stadje in Canada vlakbij Alaska. En daar werd in 1897 een vette goudader gevonden door een mijnheer met een tot de verbeelding sprekende naam “Skookum” Jim Mason. Het nieuws over de vondst bereikte de Verenigde Staten en deed mening goudzoekerhartje harder kloppen (waaronder dat van Dagobert, die toen vanuit Schotland naar Amerika vertrok). En door dit mooie vooruitzicht trokken de avonturiers naar Klondike om hun geluk te beproeven, daar hun pikhouweeltje in de rots te steken en vlijtig het goud uit het kreekzand te zeven. Hiermee werd de laatste “Gold Rush” een historisch feit.

Slechts 10% vindt goud
In de loop van het jaar dat er goud gevonden was zijn tienduizenden mensen naar de onherbergzame streek getrokken. Zoveel zelfs dat er door de enorme groepen mensen die het stadje binnentrokken een hongersnood dreigde. En behalve Skookum en Dagobert vonden maar weinig anderen een eigen goudader. Volledig gedesillusioneerd trokken ze weer weg. Tijd voor een statistiek: “The Klondike Gold Rush killed many people. 1 million planned to try and find gold. 100,000 actually set out to do so. By the time people reached Dawson City 60,000 people had died. Of the 40,000 at Dawson City only 4,000 found gold”. 10% Dus (en maar 4% als je uitgaat van die honderdduizend die het hebben geprobeerd).

Er zijn natuurlijk altijd mensen die geld verdienen aan hen die avontuur zoeken. In die tijd waren dat de leveranciers van schepjes, pikhouweeltjes en de handelsvaart die de avonturiers en masse inscheepte met een enkele reis. Dit zijn de echte verdieners geweest aan de Gold Rush. Geen gokje wagen, maar spulletjes leveren (en misschien soms een adviesje hier en daar).

Intermezzo: Ben jij geschikt als goudzoeker?
Doe even snel dit spelletje om te achterhalen of je een goede goudzoeker zou kunnen zijn.

De moderne goudzoeker
In onze tijd hebben we de moderne goudzoeker. Misschien niet meer zo noest en heroïsch als toen in de tijd van Skookum Jim Mason, maar toch minstens net zo avontuurlijk. Gedreven door de eerste succesverhalen en het vooruitzicht om met iets vernieuwends een snelle slag te slaan. Zonder veel voorbereiding en met veel enthousiasme aan de slag. Gewoon doen. Daar is helemaal niets mis mee. Zolang je maar een van de eersten bent. Dan kun je nog je spade in de maagdelijke grond steken met een grote kans om wat goud te vinden (of je land snel te verkopen). Maar zodra er spoorwegen aangelegd worden moet je wegwezen. Want dan wordt het hard zwoegen en zeven om je goudklompje bij elkaar te sprokkelen.

En een mooi en modern tooltje om de goudzoeker te helpen in zijn queeste (of om ‘m ervan te weerhouden ervan) is de “Gartner Hype Cycle”.

De Hype Cycle
De Hype Cycle is een curve die verassend genoeg bijna altijd opgaat voor elke innovatie. Elke nieuwigheid start met een eerste succesverhaal. Goud in Klondike! Vervolgens schiet vanuit het onbekende de populariteit van het nieuwigheidje omhoog tot ongekende hoogte (de “trigger”). De bomen reiken tot ver in de hemel. En op dat punt ontstaat er een zeepbel (de “peak of inflated expectations”). Op dat punt aangekomen blijkt de nieuwigheid toch eigenlijk wel zwaar tegen te vallen en keldert de populariteit weer net zo snel als dat het omhoog kwam. De mensen raken gedesillusioneerd. En Gartner noemt die depressie met een briljant gevoel voor drama de “Trough of Disillusionment”. De meeste goudzoekers haken dan snel af. Maar zij die een adertje hebben aangeboord of over een lange adem beschikken komen uiteindelijk op het “Plateau of Productivity” terecht.

Internet zeepbel
Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld dat het voorspellend vermogen van de curve bevestigd is het Internet zelf met de internetzeepbel – de hausse die duurde van 1997 tot 2001. Kenmerkend voor die tijd is de euforische stemming waarin mensen aloude economische wetmatige zekerheden als “voorbij” gingen beschouwen. De dot-com en eCommerce bedrijfjes schoten als paddestoeltjes uit de grond en traditionele ondernemingsstructuren werden opzij geschoven voor marktaandeel waarbij niet werd gekeken naar de netto inkomsten. En met het uiteenspatten van de zeepbel stortte ook de hele economie in elkaar. Maar had hierna het Internet geen bestaansrecht meer? Was met het einde van een hype ook een einde gekomen aan het fenomeen? De revolutie was weliswaar voorbij, maar het maakte plaats voor ambachtelijke evolutie. Te hoog gespannen verwachtingen werden verruild voor oude waarden als kosten, nut en acceptatie. En eCommerce heeft ondertussen het plateau bereikt. Het is business as usual geworden dus.

Second Life
Een ander mooi voorbeeld en iets dichter bij recruitment is Second Life. Ik weet nog dat de eerste virtuele wereld Habitat verscheen op de Commodore 64 in 1987 (met een rs232 null modem inbellen). Met graphics zo plat als een dubbeltje maar wel met je eigen avatar en chatten met mensen aan de andere kant van de wereld (Amerika vooral). Later in 2001 lanceerde de virtuele wereld “There” en een aantal jaren daarna verscheen Second Life. Met de komst van Second Life maakte het fenomeen Virtuele Werelden een vlucht naar voren (m.n. vanwege zijn open handelsgedachte). In 2007 ging Randstad van start met een eigen eiland in Second Life waar het zowel echte als virtuele banen aanbood. En later dat jaar ging ook een in recruitment gespecialiseerde virtuele banenbeurs van start onder de naam Clickbeurs.nl.

Maar het fenomeen virtuele werelden is voor de meeste bedrijven alweer op zijn retour. Het heeft het dal van desillusie bereikt. “Tja.. het valt toch wel tegen om zo’n kantoor op Second Life te onderhouden”. “Je moet ook ’s avonds actief zijn….”, “We hebben het gedaan voor het leereffect…..” zijn vaak gehoorde argumenten van bedrijven die er toen zijn ingesprongen maar er nu geen aandacht meer aan besteden. Zonde. Want het Plateau of Productivity zit er aan te komen. Ik ben benieuwd naar hoeveel mensen dit jaar de clickbeurs zullen bezoeken.

Communities
Met stip op nummer 1 op dit moment staat het werven via sociale netwerken en communities. Niet meer lui achterover zitten en wachten tot de kandidaten langskomen (…hoop je), maar actief werven op inhoud, transparantie, authenticiteit en natuurlijk het liefst via je eigen mensen. De eerste personen die met een community goud hebben gevonden zijn breed uitgemeten in de pers. Top of mind staat natuurlijk Hyves, LinkedIn, Xing, Facebook en Plaxo Pulse. Featuring Raymond Spanjar van Hyves als Skookum met een flink potje goud aan het einde van zijn regenboog. En terwijl de fanfare deze fuifnummers toetert worden de kruiwagens en pikhouwelen weer afgestoft en vertrekken de eerste karavanen naar het beloofde land. Maar weet waar je aan begint want maar 10% vond goud in Klondike en de meerderheid keerde gedesillusioneerd weer terug (of bleef daar in de ijskoude grond).

Het perspectief van de kandidaat
Bekijk het ook eens vanuit het perspectief van de kandidaat. Hoe bereid zijn zij om hun profiel op een volgende sociale netwerksite of community achter te laten (en te onderhouden)? De vraag is beperkt, maar het aanbod groeit. Dit is het recept van een zeepbel. En wanneer de shake-out komt zullen die initiatieven overleven die voldaan hebben aan het volgende: bewezen nut, voldoende actieve leden, en uithoudingsvermogen (geld om tijd te kopen) om de shake-out te overleven.

Maar veel bedrijven voelen zich genoodzaakt om nú kandidaten aan zich binden want zij zien de vacaturebanken steeds minder resultaat opleveren. Zij zien in de community of het sociale netwerk bij uitstek het middel om het tij te keren. Zij voelen zich gesterkt in hun geloof om te gaan avonturieren door het eerste succes van Hyves. Maar ze gaan voorbij aan de ontbering van hetzelf op pad gaan. Ik hoor de laatste tijd veel bedrijven zeggen dat ze een community willen “bouwen”. Maar een community bouw je namelijk niet. Je bént de community. En Raymond Spanjar van Hyves lééft zijn eigen community. Je kan het er gewoon niet even naast doen om het geloofwaardig te houden en acceptatie te creëren.

Curve surfen
Wat is dan de beste strategie voor bedrijven in relatie tot investeren in communities? Niets doen en het tij afwachten? Dat is nooit goed. Als het avonturieren je in hart en nieren zit, koop dan nu die spade en zeef en ga op pad – maar wees dan wel bereid om je schoenen te koken en er bouillon van te zetten. Als je het liever wat rustiger aan doet (of als je er ietsje te laat bij bent) dan kun je het beste een stukje land overnemen van een beginnende goudzoeker. En als je niet van een gokje houdt of je loopt achter de meute aan, dan moet je het gewoon anders doen. Dat moet je surfen op de golf, maar geen onderdeel van de golf worden (of kruiwagens gaan verkopen, dat kan altijd nog). Als je aan het surfen bent moet je gebruik maken van de initiatieven die er al zijn. Zet ze voor je eigen zaak in en spreid je kansen. Investeren versus speculeren. “Speculeren is andere koek dan speculaas” zei oom Dagobert.

Want zelfs oom Dagobert heeft niet zijn hele fortuin verdiend in Klondike. Hij vestigde zich in het begin van de twintigste eeuw definitief in het gehucht Duckstad, dat dankzij zijn investeringen uitgroeide tot een bloeidende wereldstad. Hij was er altijd als eerste bij, dat wel. En het avonturieren zat hem in het bloed. Van schoenenpoetser via goudzoeker tot investeerder. Er was altijd wel een nieuwe regenboog om achterheen te jagen. En dat was zijn kracht. Hij nam een risiko, had een beetje geluk, verdiende zijn eerste fortuin en gokte daarna niet alles op één paard.

Ik ben zelf een grote fan van Dagobert Duck en ik hoop nog altijd op mijn eigen geldpakhuis. Maar ondertussen drink ik nog steeds bouillon..

reageer Print

15 reacties | 3.834 views

Share
Reacties (15)
  1. Marc Drees, 9 maart 2008 om 8:57

    @Marco:
    Van harte welkom op RecruitmentMatters!

    En het is goed dat we een brede optie hebben op deze blog; want het is meteen een fors artikel geworden.

    antwoord
  2. gijs bos, 9 maart 2008 om 10:12

    Ik zie op LinkedIn 248 jobs in Nederland a (max) $ 110 het stuk. In de praktijk zal LinkedIn dus met “platte” jobadvertenties zo’n 10K-15K per maand verdienen in NL. En dan is NL nog een van de grootste LinkedIn landen. Mijn tip: don’t quit your day job just yet
    ;-)

    antwoord
  3. Bas van de Haterd, 10 maart 2008 om 12:04

    Als eerste: welkom.

    Even een paar belangrijke nuances. Ten eerste heeft Raymond (en Floris) niet veel geld verdiend aan Hyves. Ze hebben al veel geld verdiend aan IEX en met dat geld Hyves opgezet. Dus die spreekwoordelijke goudader is in de begintijd van het internet geweest, met de oprichting van IEX.

    Daarnaast zijn het zelden de goudzoekers die geluk hebben en geld verdienen, zoals je al aangeeft. Wel verdienen veel anderen aan de goudzoekers. Tarvene houders, kappers, winkels met pikhouwelen. Zo ook in het internet, de Cicso’s en Microsofts hebben er wel bij gevaren. En zo zijn er nog veel meer.

    Het leuke aan de hype cycle is overigens ook dat er nog veel zaken in het hele begin zitten, dus die kan je nog gewoon ‘surfen’ richting the peak of inflated expectations (waar je moet cashen)

    antwoord
  4. Thijs van't Hof, 10 maart 2008 om 9:04

    Leuk stuk Marco (zoals zo vaak). Alles wat met een stripverhaal begint heeft mij attentie.

    Ik wil er aan toevoegen dat je als organisatie, recruiter, goudzoeker en als rijke eend vooral moet doen wat je leuk vindt en wat ECHT bij je past. Dat is niet altijd sociaal wenselijk, maar je houdt het wel het langst vol. En het kan zelfs anti-hype-cyclisch!

    antwoord
  5. Mathijs Duisdecker, 10 maart 2008 om 11:45

    Marco,

    Ik heb met plezier je stuk gelezen, bedankt voor de inzichten. Vooral het stukje over ‘perspectief van de kandidaat’heeft me aan het denken gezet.

    Ik zou graag een aantal van deze gedachtes met je delen.

    Ik vraag me namelijk af of het voor werving & selectie bedrijven met een groot aantal uitzendkrachten en/of gedetacheerde te laat is om een community op te richten? Zou het denk je voor deze bedrijven niet veel extra inzichten opleveren door dit te doen?

    Een stuk op HRlog.nl, wat is laatst las, ging over het oprichten van een profielensite van Monster, zijn zei volgens jou dan ook te laat met het oprichten daarvan?

    Ik denk dat wanneer je bij voorbaat al beschikt over een groot leden potentieel dat je een redelijke kans van slagen hebt met een community of profielensite.

    Ik ben benieuwd hoe jij dit ziet.

    antwoord
  6. Marc Drees, 10 maart 2008 om 12:10

    @Mathijs:
    Weliswaar heb ik 1 letter minder, maar ik voel me toch ook een beetje aangesproken…

    Het opzetten van een community moet niet een doel op zich zijn, ongeacht het aantal potentiele leden.

    Ik heb iets dergelijks recent ook tegen Marco gezegd; een community ontstaat omdat de leden met elkaar zaken delen die wederkerig een meerwaarde oplevert. Hierdoor groeit en versterkt die deling zich, met als eindresultaat een community.

    Als de leden geen of onvoldoende meerwaarde onderkennen is een community een dood geboren initiatief.

    Het is overigens nooit te laat om een community op te richten, zolang er maar specifieke meerwaarde voor de leden in zit. En er geleerd is van de fouten van voorgangers.

    Monster kan geen community oprichten omdat Monster helemaal niet als een communitysite wordt gezien. Een nieuw imago realiseren is 1 van de moeilijkste en meest kostbare zaken. En gezien de recente ontslagen bij Monster is er in ieder geval onvoldoende geld voor zo’n herpositionering. En vanzelf gaat het zeker niet!

    antwoord
  7. Marco, 10 maart 2008 om 4:15

    @Mathijs, @Marc:
    Ik ben het eens: “het is overigens nooit te laat om een community op te richten zoland er maar specifieke meerwaarde inzit”. Het draait hierbij om de meerwaarde die je levert. Het klinkt een beetje als een dooddoener, maar een community bouwen om de community (l’art pour l’art) is nooit het juiste uitgangspunt. Ik kan in het geval van jouw voorbeeld over het W^&S bureau mijn profiel op de site achterlaten, maar daarmee ben je nog geen community. Een community houdt actieve interactie tussen mensen in. En als je mensen vraagt om tijd in je te steken moet je donders goed veel meerwaarde bieden. Stel jezelf de vraag: zou ik zelf bereid zijn om hier mijn schaarse tijd in te steken? In het speelveld dat wordt beheerst door de strategische bommenwerpers als Linkedin en Xing aan de ene kant en Facebook en Hyves aan de andere kant moet je keuzes maken. Ik ben het trouwens met je eens dat een hoop leden wel werkt. En Monster heeft veel leden. Hiermee heb je de meteen crux te pakken. Is iemand al “lid” van Monster? Willen zij een community succesvol maken, dan zullen zij hier juist invulling aan moeten geven. Ben ik bereid om frequent terug te komen, al zit ik net in een nieuwe baan?

    antwoord
  8. Bas van de Haterd, 10 maart 2008 om 11:01

    Ben het grootendeels eens met Marc en Marco. Hoewel ik wel geloof dat je een community kan oprichten om een community op te richten (of eigenlijk, je kan de faciliteiten aanbieden om een community op te richten), maar inderdaad zal de community zelf moeten ontstaan.

    Monster gaat niet werken, er is geen band, zoals Marc al aangeeft. Maar communities rondom bepaalde onderwerpen zijn nog mogelijk, hoewel je beter de samenwerking kan zoeken met bestaande communities.

    antwoord
  9. John, 11 maart 2008 om 7:16

    Heel herkenbaar. Soms is zelf nuchter nadenken moeilijker dan mee surfen op een hype.

    antwoord
  10. Floor, 11 maart 2008 om 6:24

    Welkom!
    Keep up the long blogs!
    Heel leuk geschreven. Spitsvondig.

    antwoord
  11. Marco, 11 maart 2008 om 6:27

    @John.
    Jij bent een succesvolle community baas :) teach me – obi wan.

    antwoord
  12. Marco, 11 maart 2008 om 6:29

    @ thijs. Helemaal mee eens. Het belangrijkste is dat je er lol in hebt en het niet als business gaat zien. En het mooie is dan dat je mensen vind die het net zo lollig vinden als jij.

    antwoord
  13. Chris Stapper, 12 maart 2008 om 2:42

    Als ware Dagobert fan zal ik het zeker niet laten om te reageren. Leuk stuk, goed geschreven!

    antwoord
  14. M.Snoek, 19 maart 2008 om 1:34

    Leuk idee om het aan de hand van een stripfiguur allemaal te beschrijven.
    Als mensen in deze tijd eens risico’s durfde te nemen, zouden veel meer
    mensen in deze wereld de goudpot vinden aan het einde van de regenboog.
    Mensen blijven onzeker over zichzelf en hun bedrijf, terwijl ze zeker zouden
    moeten zijn en de risico’s nemen die op hun pad komen. Er sterven zoveel ideëen
    omdat men het niet durft uit te voeren. Wanneer men komt met een onderbouwd plan
    en een investeerder zoekt is er altijd wel iemand voor te vinden. Het probleem is
    dat veel mensen niet verder denken dan dat kan ik niet. Als je zeker bent van je concept,
    zoek je een investeerder en ga je ervoor. Zolang jij positief blijft, zal het je positief afgaan.
    Het geld niet altijd, maar in vele gevallen wel.
    Ik las vandaag nog een leuk stuk op managersonline over risico’s nemen.
    Als je bij het archief kijkt op 19 maart vind je het wel terug.
    Het sluit goed aan bij dit stuk.

    Leuk geschreven stuk en reden om nog eens terug te komen op deze blog.

    antwoord
  15. Marco, 19 maart 2008 om 3:38

    @M.

    Het is waar dat te weinig mensen op avontuur gaan. Zeker in Nederland, waar het sociale klimaat nog dusdanig is dat de noodzaak om te ondernemen er een stuk minder is dan in het buitenland. Het moet hier dus echt wel in je genen zitten om het te willen doen. Een ondernemer in NL is dus per definitie een avonturier in hart en nieren. Ik vind overigens wel dat niet iedereen moet gaan ondernemen. Het moet in je karakter zitten. Anders word je alleen maar ongelukkig. Niet de kunst om de kunst zeg maar. Het is ook goed om niet ondernemers te hebben. Net zoals het goed is om structogeiten in je organisatie te hebben en wat saai ogende proces mannen of een paar freaky IT mensen. Dat houdt de boel in evenwicht. Alleen maar ondernemers wordt ook zo saai.

    antwoord

iedereen heeft een mening, geef de jouwe



Geef je mening