Van twee kanten – Hebben bureaus een sociaal maatschappelijke functie?

Deze week wederom een “verzoeknummer”, ditmaal van Ivo Claessen (hopelijk de goede …). Hij vroeg me eens stil te staan bij de sociaal-maatschappelijke functie van (werving & selectie en uitzend-)bureaus en meer in het bijzonder in relatie tot moeilijk plaatsbare kandidaten. Wat hem daarbij triggerde was de zee aan reacties op Recruitment Matters n.a.v. deze post.

Tsja, een goede vraag natuurlijk. De noodzaak tot winstgevendheid lijkt namelijk op het eerste gezicht strijdig met het bemiddelen van moeilijk plaatsbare kandidaten. Aan de andere kant heb je natuurlijk als professional in je vak en als bedrijf ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. We hebben gezien in de afgelopen anderhalf jaar waar puur op winst gerichtheid toe leidt. Anderzijds kun je zo begaan worden met de zwakkeren dat je er zelf toe gaat behoren – als onderneming – en uiteindelijk dus niemand meer kunt helpen. Hoe los je dat dilemma op?

Allereerst denk ik dat de moeilijk plaatsbaren vaak dit stempel krijgen op basis van leeftijd, geslacht, of etnische afkomst en afgelegde loopbaan. Ik denk dat je als bureau simpelweg moet weigeren om kandidaten voor te selecteren op leeftijd, etniciteit of geslacht, ook als je klant dat vraagt. Gewoon verwijzen naar de wet. Ik denk dat je zelfs zo ver moet gaan dat als de klant – alleen – om die reden je kandidaat afwijst, je je kandidaat daarover moet informeren, zodat die actie kan ondernemen als die dat wil.

Zelf loop ik eigenlijk het meest aan tegen leeftijdsdiscriminatie. Ik heb daar al eerder op EmploIT een mooi voorbeeld van gegeven en op Monsterboard tips gegeven hoe je je leeftijd kunt maskeren als sollicitant.  Zo kun je dus als bureau(recruiter) wat terug doen voor de groep van moeilijk plaatsbaren.

Anderzijds is het een feit dat je het voor een moeilijk plaatsbare kandidaat als bureau alleen maar moeilijker maakt als je er ook nog  eens een prijskaartje aan gaat hangen. Dus waarom toch moeite doen?

Laat ik eerst maar eens de hand in eigen boezem steken. Wat doe ik zelf? Een paar voorbeelden, zonder mezelf nou als filantroop te willen bestempelen.

Ik ben bijvoorbeeld op EmploIT begonnen met de rubriek “Professional in het zonnetje”, waarin ik kandidaten “gratis” aanbied, omdat ik het onvoorstelbaar vind dat ze nog geen baan hebben. Zo figureerde “Gert” (meer dan een jaar werkloos) al een keer. Als elk bureau dat nou een één keer per maand zou doen: één kandidaat zonder fee of marge aanbieden in bedrijfsuitingen? Dat kun je als bureau makkelijk hebben en je vergroot de kans van moeilijk plaatsbaren sterk. Het is leuk om te doen en ook nog eens goed voor je PR, daar ben ik heel eerlijk in. Het mes snijdt dus aan twee kanten: zakelijk en maatschappelijk.

Wat ik doe bij mensen die liever niet zo publiekelijk uitgevent worden, is een kandidaat om niet aanbieden bij een passende klant of ik geef de klant de gelegenheid zelf het factuurbedrag te bepalen. Deed ik laatst voor een kandidaat die wat ouder was (55), maar daardoor wel tot de 4e ronde kwam bij een klant. Hij heeft het net niet gehaald helaas, maar niet door zijn leeftijd in ieder geval. En de man gaat er nu weer met frisse moed tegenaan.

Gisteren had ik een meeting met mijn zakenpartner Ricardo Risamasu van Rise. We hebben daar een training ontwikkeld, Solliciteren via (Sociale) Netwerken, die we op de reïntegratie- en outplacementmarkt aan het lanceren zijn. Ik heb hem voorgesteld om de training één keer per maand kostenloos aan werkzoekenden te geven, die niet de luxe hebben van de begeleiding van een dergelijk bureau. Vond ie een prima idee, nu alleen nog even iemand vinden die de ruimte en de catering sponsort en we gaan ervoor.

Conclusie: zakelijkheid en maatschappelijke relevantie gaan samen. Elk bureau is in staat om het bovenstaande – of iets vergelijkbaars – één keer per maand te doen, zonder daar financieel veel slechter van te worden. Sterker nog: de indirecte positieve (in- en externe) PR zou wel eens tot méér zakelijk succes kunnen leiden op de langere termijn. Voorwaarde is dan wel dat een aantal bureaus verder leren denken dan de ultrakorte termijn.

Wie doet er mee?

reageer

Print

23 reacties | 999 views