ROA schetst somber beeld en is mogelijk te positief

De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2018Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) kwam vandaag met haar rapport De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2018. Een jaarlijks terugkerende traditie waarin het ROA enige voorspellingen doet over de ontwikkeling van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.

En hoewel ik nog niet de tijd heb gehad om het rapport volledig door te nemen, zijn de conclusies interessant genoeg om te delen. Waarbij dit wat mij betreft de meest opvallende conclusie is:

Voor de middellange termijn wordt een nagenoeg gelijkblijvende werkgelegenheid verwacht. Er is sprake van een lichte afname van de werkgelegenheid met ca.14.000 personen in de periode 2013 – 2018

Als je tegelijkertijd bedenkt dat de potentiele beroepsbevolking in komende jaren alleen maar zal groeien ontstaat er een bijzonder onaangenaam beeld.

En dan moet nog worden bedacht dat het ROA een wel zeer positieve blik heeft op een deel van de arbeidsmarkt, getuige onderstaande conclusie:

Met een gemiddelde jaarlijkse groei van 1,2% wordt de grootste werkgelegenheidstoename verwacht in de zorgsector, maar in vergelijking met de voorbije periode is dit een zeer beperkt groeiperspectief, die samenhangt met de bezuinigingen die de sector treffen en een remmende werking hebben op de vraag naar zorg.

En dat terwijl zeer recent de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport juist een zeer fors werkgelegenheidsverlies in de zorgsector heeft gemeld. Op basis van een tweetal studies (AER (arbeidsmarkteffectrapportage) en deelstudie) kwam de staatssecretaris namelijk tot de volgende werkgelegenheidseffecten:

De effecten op de werkgelegenheid zijn het grootst in 2015. De AER  laat zien dat op macroniveau in 2015 een werkgelegenheidsverlies optreedt van ongeveer 22 duizend fte (36 duizend personen) ten opzichte van 2013. Dit betreft al het personeel.

In de deelstudie is het werkgelegenheidsverlies in 2015 ten opzichte van 2013 ongeveer 19 duizend fte (32 duizend personen) met een VOV-kwalificatie [MD:VOV-personeel is het verplegend, sociaal-agogisch en verzorgend personeel. ] voor de gehele zorg, welzijn, jeugd en kinderopvang.

Hoe het ROA tegen een dreigend verlies van enkele tienduizenden banen in de zorgsector tot een gemiddeld jaarlijkse groei van 1,2% komt in de periode 2013 – 2018 is mij daarmee een raadsel, maar mogelijk blijkt dat nog uit gedetailleerde lezing van het rapport. Maar het zou me niets verbazen dat als gevolg hiervan die krimp van 14.000 banen tot 2018 weleens fors hoger kan gaan uitpakken…

En als het vacaturevolume enige indicator is dan is dat werkgelegenheidsverlies in de zorg allang ingezet:

Verandering in vacaturevolume (voortschrijdend 52-weeks gemiddelde, geen bijbanen, stages en vrijwilligerswerk) binnen de beroepsgroep Gezondheidszorg en welzijn, week 1 2008 – week 44 2013. Bron: Jobfeed, RecruitmentMatters

Verandering in vacaturevolume (voortschrijdend 52-weeks gemiddelde, geen bijbanen, stages en vrijwilligerswerk) binnen de beroepsgroep Gezondheidszorg en welzijn, week 1 2008 – week 44 2013. Bron: Jobfeed

Mogelijk heeft het ROA de impact van onze fonkelend nieuwe participatiemaatschappij op de werkgelegenheid nog niet meegenomen danwel onderschat. Maar dat zal in komende jaren ongetwijfeld duidelijk gaan worden.

Een groei van de potentiele beroepsbevolking met een gelijktijdige krimp van de werkgelegenheid zorgt voor een hogere werkloosheid en/of lagere bruto arbeidsparticipatie. En beide ontwikkelingen zijn bijzonder slecht voor onze economie. Met andere woorden, van enig significant economisch herstel kan geen sprake zijn als de door ROA geschetste situatie zich ook daadwerkelijk gaat voordoen. En de kans daarop lijkt niet bepaald klein…