De recruiting gap is here to stay

Ik heb een nieuwe term geleerd. De ‘recruiting gap’. En het kan niemand anders zijn dan John – pardon, dr John – Sullivan die hem bedacht heeft. De ‘recruiting gap’ gaat over het feit dat er een handjevol bedrijven met een sterrenstatus is. Deze bedrijven houden er een ‘compelling approach’ op na als het gaat om ‘managing talent’. Zij geven de rest van ons arme stervelingen finaal het nakijken.

recruiting gap

De usual suspects zijn vanzelfsprekend Google, Facebook en Apple, bedrijven waarbij werkinhoud, primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden en nog een hele trits andere zaken op een dusdanig ‘coole’ manier geregeld zijn, dat geen enkel ander bedrijf daar tegenop kan. Tja. Het zal allemaal wel buitengewoon bijzonder zijn, maar meestal krijg ik ernstig kriebel van dit soort ophemelverhalen.

Niet in de eerste plaats  omdat ‘cool’ een subjectief gegeven is. Persoonlijk moet ik er niet aan denken om bij Google of Apple, laat staan bij Facebook te werken. Wat deze bedrijven vast heel goed uitkomt, want wat moeten ze met een oude muts als ik? Maar dit soort zaken is voor een heel groot deel een kwestie van beeldvorming. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat Google van alle Fortune 500 bedrijven het op vier na hoogste verloop heeft. Blijkbaar is het helemaal niet alleen maar cool om bij Google te werken, maar kan het ook heel saai zijn en is – op enkele sterren na – de gemiddelde medewerker “gewoon iemand met een fles olie die de machine af en toe smeert”.

IJzersterk

Het maakt John – pardon, dr John – allemaal geen barst uit. Losgezongen van de praktijk als hij is, gaat hij onverdroten over tot het opsommen (opsommingen zijn zijn specialisme) van de ‘talent differentiator factors’ in ‘this elite group of firms’. Ze managen hun talent totaal anders (of eigenlijk managen ze het gewoon niet) en hun employer brands zijn ijzersterk, evenals hun ‘business cases’. Wat oorzaak is en wat gevolg, dat boeit hem blijkbaar niet. Dit zijn zijn lievelingen. En de rest van het klootjesvolk? Dat staat erbij en kijkt ernaar en realiseert zich dat dit fantastische werkgeverschap voor hen nooit zal zijn weggelegd. Nee, voor hen blijft slechts de verzuchting over: “Our firm can never be like Google”. En dat klopt. Niet iedereen kan Google zijn.

Kopieerbaar

Dat ontgaat John – pardon, dr John – met al zijn getheoretiseer als hij beweert dat “every talent feature that I identified was certainly copyable at other firms”. Get real; de ‘geweldige’ arbeidsinhoud en arbeidsvoorwaarden van de ‘elite’ zijn niet kopieerbaar naar willekeurig welk ander bedrijf. Al was het alleen maar omdat het geld bij deze organisaties tegen de plinten klotst: elke medewerker van Google en Facebook levert meer dan één miljoen dollar per jaar op. Bij de meeste – door de crisis intussen half gesloopte – bedrijven is dat bepaald niet het geval, wat noopt tot bescheidenheid in al het leuks. En zelfs al zet een bedrijf wél zat om, dan is dat niet afdoende. De gemiddelde medewerker van de Nederlandse Belastingdienst levert nog heel wat méér op dan één miljoen dollar – namelijk ruim 4,5 miljard euro (140 miljard aan belastinginkomsten gedeeld door 30.000 medewerkers). Desondanks is daar – voor zover ik weet – geen sprake van speeltuinen, onbeperkt vakantie en gratis lunches. Nee zeg. Het land zou op z’n achterste benen staan als dat wél het geval zou zijn.

George Clooney

Niet elk bedrijf is Google of Apple – maar elk bedrijf heeft wél zijn eigen waarde(n). John – pardon, dr John – Sullivan mag van mij in katzwijm vallen bij het zien van al het prachtigs bij Google, Facebook of Apple (of Amazon, Zappos of Rackspace – deze laatste is blijkbaar wereldberoemd in Amerika, want ik had er nog nooit van gehoord), maar ik moet er niet aan denken hoe de de wereld eruit ziet als alle bedrijven ‘toppers’ zijn. We hoeven toch ook niet allemaal zo goed te zingen als Barbra Streisand, net zo’n lekker ding te zijn als George Clooney of te tennissen als Rafael Nadal? We hebben er bewondering voor, maar hoeven het zelf niet te zijn. Het gros van de bedrijven is gemiddeld, werkt met gemiddelde medewerkers en levert daarmee de backbone van onze samenleving. De meeste mensen zijn daar dik tevreden mee. Als we spannende dingen willen zien, zetten we de televisie aan.

De ‘recruiting gap’ is here to stay.

Geef een reactie

7 Comments