Gebruiksvriendelijkheid deel 8: Kleurenblindheid, een inleiding

Ishihara test, plaat 1 Dit onderdeel van de serie over gebruiksvriendelijkheid is  waarschijnlijk minder interessant voor vrouwelijke lezers. Kleurenblindheid is tenslotte vooral een mannelijk probleem. Maar dat betekent nog niet dat we er geen rekening mee hoeven te houden! We hebben het als mannelijk geslacht tenslotte al moeilijk genoeg in deze moderne, geemancipeerde tijden.

En dus gaan we onze stamgasten eens onderwerpen aan de mate waarin zij de kleurenblinde man (en enkele vrouw natuurlijk!) met respect behandelen. Door rekening te houden met zijn beperkingen.

Inleiding
Maar voordat we daar aan beginnen, even een korte inleiding in de wondere, en buitengewoon merkwaardige wereld van kleurenblindheid.

En aangezien ik er evenveel vanaf afweet als vrijwel iedereen zonder enige vorm van kleurenblindheid, volgt hieronder enig knip- en plakwerk van het web. Of zoals we in Cap Gemini ook wel zeiden: Reuse… (wat een prachtig eufemisme):

Wikipedia:
Het kleurenzien is in de praktijk het vaakst gestoord door minder goed werkende ‘rode’ of ‘groene’ kegeltjes (protanomalie en deuteranomalie, vooral de laatste). Beide vormen leiden tot moeilijkheden bij het waarnemen van verschillen tussen rood en groen en worden samengevat onder de term rood-groen kleurenblindheid.

Bij protanopie en deuteranopie is de functie van de ‘rode’ resp. de ‘groene’ kegeltjes zelfs helemaal afwezig.

De blauw waarnemende kegeltjes zijn veel minder vaak aangedaan (tritanomalie of tritanopie).

Emday:
De meeste mensen die kleurenblind zijn, kunnen uitstekend vertellen of een kleur groen, rood of blauw is. Zij zien dus alle drie de hoofdkleuren, maar de verhouding waarin deze kleuren worden gezien is om de een of andere reden verstoord. Bijna zes procent van de Kaukasische mannen valt in deze groep.

De test
Ik ga de sites van onze negen stamgasten testen op de drie vormen van kleurenblindheid in hun ernstigste vorm (teksten zijn van Emday):

  1. Protanopia. Het vermogen om onderscheid te maken tussen rood en groen, maar ook tussen rood en paars, is sterk verminderd. Voor mensen met deze afwijking lijken rode kleuren donkerder dan voor mensen zonder deze afwijking. Komt voor bij ongeveer 1,0 procent van de Kaukasische mannen.
  2. Deuternopia. Het vermogen om onderscheid te maken tussen rood en groen sterk beperkt, maar het verschil tussen rood en paars wordt normaal waargenomen. Ook de helderheid van rood normaal waargenomen. Komt voor bij ongeveer 1,1 procent van de Kaukasische mannen.
  3. Tritanopia. Het vermogen om onderscheid te maken tussen blauw en geel is sterk beperkt. Slechts 0,001 procent van de Kaukasische mannen heeft deze afwijking.

Nou maar hopen dat dit wat eenvoudiger is dan die verdomde job agents…

Oh en wil je weten hoe je er zelf voorstaat? Hier is een aardige test

20730cookie-checkGebruiksvriendelijkheid deel 8: Kleurenblindheid, een inleiding
Geef een reactie

9 Comments