Werkloosheid vs. uitzenders: armoedeklem?

Amerikaanse vlag De Amerikaanse arbeidsmarkt laat een zeer merkwaardige situatie zien; een onveranderd hoge werkloosheid gekoppeld aan een sterk stijgend uitzendvolume. Deze situatie heb ik eerder proberen te verklaren door een toename van het aantal uitzenbanen die min of meer gelijke tred houdt met de groei van de beroepsbevolking.

Als een gevolg blijft de werkloosheid (als een percentage van de beroepsbevolking) gelijk, terwijl het uitzenvolume wel kan groeien. Het betekent ook dat er sprake is van een verplaatsing van vaste banen naar tijdelijke banen, met een gelijktijdige erosie van het salaris; aangezien een uitzendbaan een gemiddeld lager uurtatief heeft in vergelijking met een overeenkomstige vaste baan.

Werkloosheid versus uitzenders
Dat deze situatie een extreme vorm heeft aangenomen in de VS is in onderstaande grafiek te zien. Hier is de uitzendindex van de American Staffing Association (ASA) afgezet tegen de index het aantal werklozen (op basis van cijfers van de St. Louis Fed); waarbij voor beide cijferreeksen de index voor 2006 op 100 is gezet.  En dat levert het volgende beeld op:

Index uitzendvolume in blauw (ASA) en aantal werklozen (St. Louis Fed), 2007 – 2010 (2006 = 100)

Index uitzendvolume in blauw (ASA) en aantal werklozen (St. Louis Fed), 2007 – 2010 (2006 = 100)

Beide indices laten een lichte groei zien in 2007; oftewel een lichte groei van de werkloosheid gaat gepaard met een lichte groei van het uitzendvolume. Maar die situatie veranderd in 2008; de uitzendindex komt de traditionele dip in december – januari nooit meer te boven. En tot de val van Lehman Brothers blijft de uitzendindex dat jaar rond de 100 schommelen. Tegelijkertijd begint het aantal werklozen explosief te groeien; over 2008 met ongeveer 60%!

Vanaf oktober 2008 stort dan ook de uitzendindex hard en snel in; deze bereikt een dieptepunt iets onder de 75; oftewel een 25% daling. Maar gedurende de eerste helft van 2009 blijft de index vervolgens gelijk terwijl het aantal werklozen nog altijd zeer fors groeit. In het tweede deel van 2009 begint de uitzendindex te groeien terwijl tegelijkertijd het aantal werklozen piekt op een waarde iets onder de 225.

In 2010 gaat de uitzendindex, na de klassieke december – januaridip, het hele jaar vrolijk door met groeien. Om uiteindelijk een waarde te bereiken die gelijk is aan de situatie van voor de crisis. Met andere woorden, volgens de uitzendindex is er geen crisis meer; de uitzenders in de VS vieren feest. Maar hoe anders is het beeld bij de index van het aantal werklozen. Hier is gedurende 2010 nauwelijks beweging te constateren. De index blijft gedurende het hele jaar koppig tussen de 200 en 2025 hangen. Hier is geen sprake van herstel.

Armoedeklem?
Vaste banen die worden opgehakt en ingeruild voor uitzendbanen tegen een lager tarief per uur. Het vraagt weinig fantasie wat dit voor de koopkracht van de Amerikaanse beroepsbevolking gaat doen. Tegelijkertijd daalt de waarde van koophuizen terwijl de belasting op diezelfde huizen harder stijgt dan de waardedaling van diezelfde huizen. Ook dat vraagt weinig fantasie om te bedenken wat dit voor de welvaart van de gemiddelde Amerikaan gaat doen.

Langdurig werklozen maken nu 60% uit van het totaal aantal werklozen. Dat zijn ruim 9 miljoen mensen die een steeds grotere afstand tot de arbeidsmarkt krijgen. En daarmee niet of nauwelijks nog kans maken op een werkend leven. Wat dat voor de langere termijn voor impact zal hebben is eveneens makkelijk voor te stellen.

Maar gelukkig is iedere onethische econoom het erover eens; Amerika is zich economisch aan het herstellen en komt niet in een double dip. Ik vraag me af of deze mensen wel spiegels in hun huis hebben; want ik zou mezelf niet aan kunnen kijken als ik op een dergelijke manier zou raaskallen.

Geef een antwoord