ABU: dobberend op de bodem

Logotype ABU Vandaag kwam de ABU met het resultaat van de uitzenduren over periode 12 (week 45 – 48) van 2010. En er is wederom een groei te noteren ten opzichte van dezelfde periode in 2009:

In periode 12 (week 45 – 48) groeide het aantal uitzenduren met 12% en de uitzendomzet nam ook toe met 12% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Miljaar! Dit schiet toch niet op! Vergeleken met vorig jaar lijkt er dus wel groei te zitten, maar feitelijk is er sprake van volstrekte stagnatie van het aantal uitzenduren. En dat is een zeer slechte ontwikkeling voor een bedrijfstak die nog altijd op de bodem aan het ronddobberen is.

In onderstaande grafiek is de procentuele toe- of afname over de 13 periodes van de jaren 2007 t/m 2010 weergegeven:

Volume aan uitzenduren Nederland: 2007 t/m 2010

Volume aan uitzenduren Nederland: 2007 t/m 2010

Het is fraai om de synchroondans te zien tussen de resultaten van 2009 en de overeenkomstige periodes in 2010. De afgelopen 4 periodes (9 t/m 12) laten een lichte daling in 2009 zien met een vrijwel identieke stijging in dezelfde periode van 2010. Met andere woorden; de verbetering van de resultaten in de afgelopen periodes is een luchtspiegeling die uitsluitend wordt veroorzaakt door de wet van de communicerende vaten.

Dat wordt bijzonder duidelijk als we kijken naar de index op basis van de ABU cijfers. Ik heb dat gedaan door voor 2006 elke periode de waarde 100 te geven en vervolgens de verandering in de overeenkomstige periode van de daarop volgende jaren daarmee te verrekenen. Dat geeft het volgende beeld:

Index uitzenduren op basis van ABU, periode 2007 – 2010 (2006 = 100)

Index uitzenduren op basis van ABU, periode 2007 – 2010 (2006 = 100)

Er zijn merkwaardige ‘breaks’ te zien na een jaarovergang. Dit komt omdat onder de gekozen berekeningsmethode geen goede overgang kan worden gerealiseerd van periode 13 in het ene jaar naar periode 1 in het daarop volgende jaar. Dit vertekende beeld kan echter door het voortschrijdend jaargemiddelde te berekenen (rode lijn) worden ‘glad gestreken’ waardoor de trend wel zeer duidelijk zichtbaar is.

Driewerf barst! De trendlijn laat weliswaar een lichte verbetering zien, maar het is maar heel beperkt. In dit tempo duurt het 4,5 jaar voordat we weer op een index van 100 zitten! Dat is geen prettig vooruitzicht. Dit vooruitzicht wordt nog eens versterkt door het flatlinen van de perioderesultaten sinds periode 6.

Er is nauwelijks herstel waar te nemen in de Nederlandse uitzendmarkt; is dit een signaal dat de economie alweer begint te sputteren? De komende maanden zullen dit uit moeten gaan wijzen maar het ziet er zeker niet gezond uit.

Ontwikkelingen per sector
Voor de vierde achtereenvolgende periode is de sector Techniek de grootste groeier (+29%), op enige afstand gevolgd door de sector Industrie (+19%). De sector Administratie is weer iets boven de nullijn uitgekropen (2%) terwijl Medisch nog harder krimpt (-13%).

Ook voor de verschillende sectoren is een index gerealiseerd op de manier zoals hierboven omschreven voor het totaal aan uitzenduren. En dat geeft het volgende beeld voor het voortschrijdend jaargemiddelde binnen de verschillende sectoren:

Index uitzenduren op basis van ABU, periode 2007 – 2010 (2006 = 100), per sector

Index uitzenduren op basis van ABU, periode 2007 – 2010 (2006 = 100), per sector

Nauwelijks een verandering van het beeld van de voorgaande periodes; de sectoren Techniek en Industrie groeien, de sector Medisch krimpt en Administratief blijft min of meer onveranderd. Waarbij alleen Industrie zich boven een index van 80, wat dus nog altijd een krimp van 20% betekent ten opzichte van de stand van 2006.

Vooral de ontwikkeling van de sector Administratief, traditioneel de grootste sector in uitzendland, baart mij enorme zorgen. Met 30% krimp is er sprake van een regelrechte kaalslag waar nog altijd geen verandering in lijkt te komen. Het is nu al anderhalf jaar geleden dat de uitzendmarkt in Amerika begon aan te trekken; normaal gesproken volgt Nederland 7 maanden later. We zijn nu echter 18 maanden verder en er is nog altijd geen herstel van enige importantie te zien. Het is duidelijk dat resultaten uit het verleden geen garantie zijn voor de toekomst.

Maar daarmee zijn de grote uitzenders van Nederland volstrekt ten oprechte optimistisch over de toekomst. Want volgens het CBS zeggen die uitzenders het volgende:

In de uitzendbranche bleef de stemming opperbest. De ondernemers waren zeer optimistisch over de verwachte omzet in de komende drie maanden, de toekomstige personeelsomvang en de prijzen in hun branche. Bovendien oordeelden ze uiterst positief over het economisch klimaat

En dat terwijl de cijfers dit optimisme op geen enkele manier ondersteunen. Heel merkwaardig… Als ik een uitzender was zou ik de stormbal hijsen en alle zeilen bijzetten om het naderende onheil te ontlopen. Maar ja, ik ben geen uitzender. Gelukkig maar…

Geef een antwoord