ABU-directeur Van der Gaag liegt over uitzendmarkt

Aart van der Gaag Je zou toch verwachten dat wanneer iemand als Aart van der Gaag zo ongelofelijk uit zijn nek heeft staan lullen dat hij voortaan voor eeuwig het zwijgen ertoe zou doen? Maar de directeur van de ABU is blijkbaar niet in staat zijn mond te houden. Waardoor hij enkele dagen geleden weer volslagen onzin de wereld in slingerde over de ontwikkeling van de uitzendmarkt. Maar dit keer bedient hij zich niet slechts van onzin; hij liegt aantoonbaar.

Hoe zat het ook alweer? Eind juni 2010 wist Van der Gaag in De Financiele Telegraaf over het herstel van de uitzendmarkt het volgende te melden:

De werkgelegenheid voor uitzendkrachten is in april en mei gegroeid met 9%. Die lijn zet zich de komende maanden zeker door. In september zitten alle sectoren weer in de plus

Dit is aantoonbaar onjuist gebleken. Van de vier sectoren krimpt de sector Zorg nog altijd terwijl de sector Administratie sinds september rond een nullijn slingert. Maar levert dit een mea culpa op van Van der Gaag? Integendeel. De man maakt in een nieuw interview een vlucht naar voren door van een op voorhand veel te opmistische inschatting te escaleren naar leugens. Heel bijzonder…

Van zijn ‘alle seinen op groen’ verhaal van juni 2010 is overigens niet veel meer over, getuige de volgende uitspraken:

Ik had verwacht dat de dienstensector steviger zou zijn gegroeid. Het herstel gaat daar trager dan verwacht.

Het herstelpatroon van vorige crisisperiodes herhaalt zich, maar er zijn nu belangrijke handicaps. De financiële sector heeft natuurlijk flinke klappen gehad en de overheid snijdt in de kosten.

Maar vervolgens valt hij terug in dezelfde groef van zijn gebarsten plaat met de volgende uitspraak:

Ik verwacht dan ook zeker dat de vraag terugkeert. Na elke crisis komt de uitzendbranche uiteindelijk terug op een hoger niveau.

Het woordje ‘zeker’ hebben we natuurlijk al eerder van Van der Gaag gehoord. En die garantie is een waardeloze gebleken. Daarbij is zijn ‘resultaten uit het verleden zijn een garantie voor de toekomst’ uitspraak helaas niet voorzien van een risico-inschatting. Wat gezien de kwaliteit van zijn uitspraken wel handig zou zijn geweest.

Maar het wordt veel erger; ter validatie van al die goede ontwikkelingen en gegarandeerde zonnige toekomst komt Van der Gaag met de volgende leugen:

De industrie en techniek zitten al bijna op het niveau van voor de crisis.

Zou de man niet naar de vierwekelijkse publicaties van zijn eigen ABU kijken over de procentuele verandering in uitzenduren en –omzet voor de vier sectoren? Blijkbaar niet. Want dan zou hij namelijk hebben kunnen weten dat deze twee sectoren nog lang niet op het niveau van voor de crisis zitten:

Trendlijn index volume uitzenduren sectoren Industrie en Techniek. Op basis van ABU cijfers, 2007 - 2011

Trendlijn index volume uitzenduren sectoren Industrie en Techniek. Op basis van ABU cijfers, 2007 – 2011

Beide sectoren hebben enorme klappen gehad en hebben, als de bekende kanaries in de kolenmijn, de crisis als eerste gevoeld. En hoewel de twee sectoren een krachtig herstel laten zien, is de trog waar ze uitkrabbelen heel diep geweest. Waardoor deze sectoren nog lang niet op het niveau van voor de crisis zitten. Sterker, ze zijn nog niet eens halverwege…

Waarom zou Van der Gaag liegen over iets wat zo eenvoudig te verifieren is? Toegegeven, spreekbuis Flexmarkt zal dit niet doen. En ook de zogenaamde mainstream media zullen niet de moeite nemen. Maar het is in plain sight. Hoe dom kan de man zijn? Of heeft in zijn woordenboek het woord ‘bijna’ soms een volstrekt andere betekenis? Het moet bijna wel…

En dan is er nog het niet vermelden van de twee andere sectoren: Administratie en Zorg. Een leugen door omissie. Want in deze sectoren is de situatie aanzienlijk minder aangenaam dan voor de twee groeisectoren:

Trendlijn index volume uitzenduren sectoren Medisch en Administratief. Op basis van ABU cijfers, 2007 - 2011

Trendlijn index volume uitzenduren sectoren Medisch en Administratief. Op basis van ABU cijfers, 2007 – 2011

Ja, dat ziet er allemaal heel goed uit…

Als laatste deze alinea uit de informercial die tegenwoordig een artikel heet:

Dit jaar zet het herstel van de uitzendmarkt zeker verder door, voorspelde Van der Gaag. Een concrete prognose voor het groeitempo kon de branchevertegenwoordiger echter niet geven. “We nemen aan dat de groei toeneemt.

Gezien? Jawel, daar is dat woordje ‘zeker’ weer. Meneer Van der Gaag kent de toekomst! Maar wacht even, wat is dat nou? Ineens is er onzekerheid en een dikke, vette disclaimer: We nemen aan dat de groei toeneemt. Zou hij dan toch iets hebben geleerd van zijn eerdere faux-pas? Wie weet. Maar liegen mag niet meneer van der Gaag en dat hebt u wel gedaan. Foei!

De woordjes ‘zeker’ zijn natuurlijk door mij vetgedrukt weergegeven. Ik weet tenslotte niet of Van der Gaag deze ook met nadruk heeft uitgesproken.

Verantwoording
De index is berekend op basis van de ABU cijfers. Ik heb dat gedaan door voor 2006 elke periode de waarde 100 te geven en vervolgens de verandering in de overeenkomstige periode van de daarop volgende jaren daarmee te verrekenen. Door vervolgens het gemiddelde van 13 aaneengesloten periodes (een kalenderjaar) te berekeken ontstaat een trendlijn van de index. Deze trendlijn elimineert eventuele seizoensinvloeden, en in het geval van de ABU cijfers merkwaardige ‘breaks’ na een jaarovergang. Dit laatste wordt veroorzaakt omdat onder de gekozen berekeningsmethode geen goede overgang kan worden gerealiseerd van periode 13 in het ene jaar naar periode 1 in het daarop volgende jaar. Het gemiddelde van de 13 aaneengesloten periodes wordt in de grafiek in het midden van de perioderange geplot.

De data stel ik met plezier beschikbaar aan de ABU mocht de branchevereniging hiertoe een verzoek indienen. Maar ze kunnen ongetwijfeld zelf dit rekenmodel herhalen. Het is tenslotte geen rocket science.

Geef een antwoord

6 Comments