LinkedIn: wel of geen bedreiging voor ATS?

Logotype LinkedIn Eelco Scheltinga (CFO PeopleXS) geeft een interessant inkijkje in het perspectief van een ATS-speler op de eventuele bedreiging die LinkedIn vormt voor de toekomst van dit type softwaretools. Waarbij hij vanzelfsprekend de toekomst van ATS spelers met vertrouwen tegemoet ziet. Tegelijkertijd is er de dood binnen 5 jaar voorspelling van Matthew Jeffery die LinkedIn hierbij als dader aanwijst.

Twee diametraal tegenovergestelde perspectieven die niet allebei uit kunnen komen. Maar wat gaat het dan worden? Zijn ATS’en binnen vijf jaar dood en begraven? Zeer, zeer onwaarschijnlijk. Zijn bestaande ATS spelers over vijf jaar booming? Evenmin waarschijnlijk. Wat het wel gaat worden, hangt in belangrijke mate af van de keuzes die LinkedIn gaat maken. En de wijze waarop ATS leveranciers hierop in kunnen, en willen, spelen.

De belangrijkste asset die LinkedIn heeft, zijn de profielen van geregistreerde gebruikers. Hoewel LinkedIn hoog opgeeft van het feit dat zij in tegenstelling tot de cv-databases van vacaturesites veel meer ‘passieve’ kandidaten bezit, is dat argument natuurlijk volstrekte lariekoek. De grootste activiteit op LinkedIn van geregistreerde gebruikers (buiten de bezige bijtjes die recruiters heten) is het bijwerken van het eigen profiel in verband met een (op handen zijnde) zoektocht naar een nieuwe baan. En de grote cv-databases van vacaturesites bulken natuurlijk ook van de ‘passieve’ kandidaten. Hiermee is het verschil tussen beide soorten databases verwaarloosbaar. Afgezien van het feit dat de LinkedIn database vrij toegankelijk is…

Twee-sporen beleid
Het combineren van de LinkedIn database met een ATS is in potentie een bijzonder krachtige. En LinkedIn lijkt hierbij (voorlopig) een twee-sporen beleid te volgen. Enerzijds voor de onderkant van de markt een basaal ATS bieden wat mogelijk om niet aangeboden gaat worden. En anderzijds integreren met de grootste ATS spelers (Taleo, Kenexa en binnenkort ook Lumesse) om de klanten van die spelers steviger aan LinkedIn te binden.

Daarnaast is er natuurlijk de ongekend krachtige en levensgevaarlijk Apply with LinkedIn functionaliteit. Waarmee LinkedIn niet slechts profielen van haar geregistreerde gebruikers in de strijd kan gooien, maar op termijn ook de waarschijnlijkheid kan berekenen dat een bepaalde gebruiker open zou kunnen staan voor een volgende uitdaging. Een dergelijke functionaliteit kunnen integreren in een ATS is in een wereld die van passief naar actief werven verschuift zoiets als de heilige graal. Wederom kan LinkedIn ervoor kiezen om hierbij een twee-sporen beleid te volgen.

Beurswaarde
LinkedIn staat onder geweldige druk om de krankzinnig hoge beurskoers te verantwoorden. En aangezien alle medewerkers van LinkedIn tevens aandeelhouder zijn, is er voor iedere medewerker een sterk incentive om er alles aan te doen die beurskoers op het huidige niveau te houden of nog hoger te krijgen. Waarmee de drive om met nieuwe features te komen enorm zal zijn. En het toevoegen van volledige ATS functionaliteit aan het portfolio een volstrekt logische stap lijkt. De lock-in van ATS’en is gegarandeerd; want geen ATS kan het zich naar haar klanten verantwoorden en veroorloven om LinkedIn buiten te sluiten. Dat gaat gegarandeerd klanten en omzet kosten…

Verder kan LinkedIn op een regenachtige woensdagmiddag natuurlijk besluiten om een ATS zoals Taleo gewoon simpelweg te kopen. En tegelijkertijd de onderkant van de markt vernietigen door een gratis light versie te dumpen; waarmee lokale spelers ongetwijfeld kennis gaan maken met het fenomeen marge-erosie.

Hype?
Grappig genoeg denkt Scheltinga dat het wel mee zal vallen met de bedreiding die LinkedIn vormt, want het bedrijf zou grotere problemen hebben: en wel in de vorm van haar eigen competitie met sociale platformen en dan met name Facebook. Grappig, omdat aan het begin zijn betoog het volgende stelt:

Vooral hier in Nederland maak ik me wel eens zorgen over de hype die is gecreëerd rond werving, sociale recruitment, mobile recruitment en wat nog meer. Het een is nog niet toegepast of iemand komt alweer met iets nieuws wat het gaat maken.

Maar als het gaat om het bagatelliseren van de dreiging die LinkedIn vormt, is een dergelijke hype ineens wel heel geschikt… Alsof hiermee LinkedIn zich niet op meerdere fronten kan bezig houden met productontwikkeling… En hopelijk suggereert Scheltinga niet dat de pogingen van BeKnown en BranchOut voorlopig serieus genomen dienen te worden.

Het leidt natuurlijk geen twijfel dat Facebook in potentie een bedreiging is voor de rol die LinkedIn op dit moment binnen recruitment speelt. De vraag is echter welke bedreiging groter en/of urgenter is; die van LinkedIn richting de ATS’en of die van Facebook richting LinkedIn.

Slotopmerkingen
Het welzijn van ATS’en hangt in mijn optiek in grote mate af van de keuzes die LinkedIn in de komende tijd gaat maken. Kiest het bedrijf ervoor om steeds meer ATS-functionaliteit te bieden dan is de combinatie van functionaliteit en content natuurlijk een bijzonder aantrekkelijke. Een combinatie die ATS’en slechts kunnen bieden door met andere grote social media spelers een samenwerking aan te gaan als ze geen zaken willen doen met een concurrent. Maar dan kom je al snel uit bij Facebook en die kan het dus ook zelf.

Wat niet automatisch wil zeggen dat ATS’en hiermee van de aardbodem worden weggevaagd. Maar de gezondheid kan stevig lijden onder de positie die LinkedIn ogenschijnlijk ‘fluitend’ kan innemen. De vraag is slechts: is het voor LinkedIn vanuit strategisch en omzet- en margeperspectief interessant genoeg?

Even een geheel ander perspectief; het zou me niets verbazen als LinkedIn zich vooral gaat richten op de doelgroep die vanuit de universiteit de arbeidsmarkt gaat instromen. Als LinkedIn namelijk deze groep niet aan zich kan binden is er een concreet risico dat Facebook, of de ‘sociale’ Facebook uitstulpingen BeKnown en BranchOut, wel eens een succesvolle power grab op het gebied van professionele netwerken kunnen doen. Want wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Of zoiets.

Geef een antwoord

1 Comment