Flexibilisering : de Balans bij elkaar geraapt

Vorige week werd het eerste rapport uitgegeven door het nieuwe Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging. Een onderzoeksbureau dat wordt gefinancierd door het FNV. Het onderzoek “Flexibilisering : de Balans opgemaakt 2011” bestaat uit een tweetal literatuurstudies naar de kosten en baten van flexibilisering van arbeid.

Belangrijk om te weten
Het rapport richt zich voornamelijk op de effecten van flexcontracten zoals tijdelijke contracten, oproepcontracten en uitzendwerk. De zzp’er wordt niet of zijdelings behandeld. In de samenvatting op de website van de Vakbeweging worden ze merkwaardig genoeg wel toegevoegd.

In het NRC stelt Paul de Beer, voorzitter van het Wetenschappelijk bureau voor de Vakbeweging, het volgende over flexwerkers : “Ze werken vaker in nachtdienst  of ze worden achter een machine gezet die ze nog niet goed weten te bedienen. Dat vergroot de kans op bedrijfsongevallen. Of ze lijden aan stress, hartstoornissen of slapeloosheid door zorgen over hun inkomen. Psychosomatische klachten die serieuze gevolgen kunnen hebben.” Quote NRC.

Maar dit is niet alles, volgens de conclusies van de Vakbeweging zijn naast de werknemer ook bedrijven op de langere termijn de klos: “De overvloedige inzet door het bedrijfsleven van uitzendkrachten, zzp-ers en tijdelijke contracten levert geen duurzaam economisch voordeel op. Op korte termijn helpt flexibilisering bedrijven wel om hun arbeidskosten te verlagen en hun concurrentiepositie te versterken. Maar op langere termijn leidt een grote flexibele schil tot minder innovatie en lagere productiviteit.”

Dit zijn nogal heftige conclusies. Dat maakte mij nieuwsgierig naar de inhoud van de literatuurstudie.

1 : Flexwerk is ongezond
In de eerste literatuurstudie stelt onderzoeker Martin Olsthoorn dat baanonzekerheid, voortvloeiend uit flexwerk, leidt tot stress en daarmee gezondheidsklachten zoals uitputting en depressiviteit.

De onderzoeken die worden aangehaald gaan hoofdzakelijk over het ervaren van onzekerheid bij een dreigend ontslag en de verschillende factoren die de dreiging verergeren of verminderen. De geciteerde onderzoeken keken niet naar het verschil tussen werknemers met een vast contract vs. werknemers met een flexcontract.
De aangehaalde onderzoeken keken ook niet naar het verschil in het ervaren van klachten tussen werknemers met een vast contract vs. werknemers met een flexcontract binnen eenzelfde type arbeidsomgeving.

Gelukkig vond Olsthoorn ook een losstaand onderzoek waaruit blijkt dat mensen met een tijdelijk contract zich meer zorgen maken over de continuïteit van het dienstverband. 1 + 1 = 2 en de suggestie is gewekt dat een flexcontract leidt tot psychosomatische klachten.

Ronald Dekker doet hier in zijn aansluitende literatuurstudie nog een schepje bovenop door een studie aan te halen waarin wordt aangetoond dat flexwerkers maar liefst 50% meer depressieve klachten hebben. Helaas werd ook hier niet onderzocht of dit door de aard van werkzaamheden of door het tijdelijke contract werd veroorzaakt.

2: Flexwerk is gevaarlijk
Om deze conclusie te onderbouwen komt de onderzoeker met een indrukwekkende lijst onderzoeken die aantonen dat overwerk, nachtdiensten en zware fysieke belasting, uiteindelijk leidt tot meer ongevallen. Welke groep werknemers is binnen dit type arbeid oververtegenwoordigd? Juist, flexwerkers, dus flexwerk is gevaarlijk!
Ik zou toch denken dat het probleem niet in het type contract, maar in de aard van de werkzaamheden ligt?

Terugkomend op punt 1 : flexwerk is ongezond. Als flexwerk zo zwaar en gevaarlijk is, dan zou je toch verwachten dat werknemers depressief worden door de aard van de werkzaamheden en niet door het type contract? Maar laat ik vooral geen conclusies trekken op basis van een samenvoeging.

3: Flexwerk gaat ten koste van innovatievermogen en concurrentiekracht
Dit is een bijzondere conclusie op basis van de tweede literatuurstudie uitgevoerd door Ronald Dekker.
Het onderzoek naar het verband tussen flexibiliteit en innovatie is zo groen als gras. Ik weet dit omdat Dekker dit onlangs zelf publiceerde. April 2011 schreef hij als coauteur het artikel “Flexible labor and innovation performance: evidence from a longitudinal firm-level data”. Een quote uit dit artikel : “The impact of flexibele labor contracts on innovation or productivity growth is still under-researched”. Dekker haalt deze publicatie meerder malen aan binnen zijn literatuurstudie voor de Vakbeweging. Zonder overigens te melden dat hij coauteur is en gek genoeg zonder de publicatie op te nemen in de literatuurlijst. Vooral dat laatste is zonde, want het artikel geeft een veel genuanceerder beeld dan de conclusies binnen de literatuurstudie en de uiteindelijke online samenvatting doen vermoeden. Gelukkig is het volledige artikel hier te downloaden.

Volgens mij kan een onderzoeksgebied niet binnen een half jaar van “under-researched” naar harde conclusies gaan.

Conclusies
De negatieve effecten van flexcontracten zijn niet evident, ook al wil de Vakbeweging ons anders doen geloven.
Haar conclusies zijn grotendeels gebaseerd  op aannames. Het is onduidelijk of de beschreven negatieve effecten van flexcontracten worden veroorzaakt door de contractvorm of door de aard van werkzaamheden.

Het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging start met haar eerste rapport, in mijn ogen, een strijd om de groei van flexwerk tegen te gaan. In een tijd waarin geen enkel type contract zekerheid biedt en waarin het contract steeds meer slechts ‘de vorm’ van samenwerking behelst is dit een zeer opmerkelijke keuze.
Als je iets wilt doen tegen schadelijke sigaretten lijkt mij dat je de sigaret aan onderzoek onderwerpt in plaats van de verpakking.

De discussie omtrent flexwerk is gebaat bij goed wetenschappelijk onderzoek en genuanceerde conclusies.
Of zoals Paul de Beer zelf verwoord: “Om de discussie over flexibilisering nieuw leven in te blazen is het wenselijk dat deze, meer dan nu het geval is, wordt gevoerd op basis van objectieve feiten.” Wat dat betreft heeft het Wetenschappelijk bureau voor de Vakbeweging volgens mij een valse start gemaakt. Laten we hopen op een beter vervolg.

FULL DISCLOSURE : De auteur van dit blog helpt organisaties bij het inrichten van flexschillen en is daarmee niet bepaald onafhankelijk te noemen.

Geef een antwoord

5 Comments
  • Marco Hendrikse
    says:

    @Ruben, ik denk zelfs dat er nog een relatie gelegd kan worden. Eerst even een quote uit bovenstaand stuk: “Ronald Dekker doet hier in zijn aansluitende literatuurstudie nog een schepje bovenop door een studie aan te halen waarin wordt aangetoond dat flexwerkers maar liefst 50% meer depressieve klachten hebben. Helaas werd ook hier niet onderzocht of dit door de aard van werkzaamheden of door het tijdelijke contract werd veroorzaakt.”

    Uitzendwerk vervult vaak een zogenaamde ‘stepping stone’- functie. bij het reintegreren van arbeidsongeschikten en langdurig werklozen blijkt het regelmatig een arbeidsconstructie die ervoor zorgt dat weer werkervaring wordt opgedaan.
    Deze personen hebben relatief vaak last van depressieve klachten….Het is dan dus niet de aard van de werkzaamheden of het tijdelijke contract dat depressieve kklachten veroorzaakt. Bij dergelijk onderzoek zou je dus, voordat iemand begint met een tijdelijke baan, moeten kijken naar de geestesgesteldheid en daarvoor corrigeren, voordat je conclusies trekt over de gevolgen van tijdelijke contracten.

    Ook ik juich gedegen onderzoek toe. Maar het moet dan wel ‘waardevrij’ zijn en dat lijkt me in dit geval te weinig.

    • Ruben @ Poolz
      says:

      @marco als ik me goed herinner werd er binnen het aangehaalde onderzoek gecorrigeerd voor eerdere depressieve klachten. Anders was het inderdaad helemaal een zooitje 😉

  • Mark Bassie
    says:

    Sowieso geldt door de beperkte focus op flex-contracten dat de conclusies van de onderzoekers alleen gelden voor de onderkant van de arbeidsmarkt en niet voor de hoogopgeleide ZZP’er. Die werken immers niet op basis van een uitzend- of oproepcontract.
    Ik ben wel benieuwd naar een onderzoek dat zich richt op de relatie tussen innovatie bij organisaties en ZZP’ers en verwacht dat er dan aanzienlijk mooiere resultaten uit komen.

  • Raoul van Heese
    says:

    Wat @Marc zegt: tegen je zin of in een vrije keuze tot een flexibele arbeidsrelatie gekomen? Dat maakt een groot verschil! Dan heb je het toch meer over de contractvorm en niet de aard van de werkzaamheden die leiden tot psychische problemen.
    Maar eens ook (@Ruben) dat ik deze relatie in onderzoeken nog niet gefundeerd heb teruggezien. Het probleem bestaat dan ook pas sinds medio jaren 90! Nog een paar jaar en de wereld ziet er compleet anders uit.  

  • Marc Drees
    says:

    Het is de laatste tijd niet ongebruikelijk dat de vakbeweging (ver) achter de muziek aanloopt. Zo ook met haar kruistocht tegen flexibele arbeid. Waarbij de vakbeweging gemakshalve lijkt te vergeten dat bij scenario van toenemende onzekerheid een bedrijf moet kunnen kiezen voor een groter aandeel aan flexibele arbeid.
     
    Overigens lijkt de vakbeweging evenmin gehoord te hebben van het fenomeen flexibele kern en vaste schil. Het zou goed zijn als zij zich daar eens beter bekend mee maakt om te ontdekken dat er een breder gamma aan arbeidsrelaties mogelijk is die voor zowel vragers als aanbieders van kennis & vaardigheden tot een betere samenwerking kan leiden dan het min of meer heilige huisje van het vaste dienstverband.
     
    Tegelijkertijd is het goed te bedenken dat voor een fors deel van de beroepsbevolking de mogelijkheden om tot een wederzijds passende werkrelatie te komen beperkt zijn. Als bepaalde groepen werknemers tegen hun zin in een flexibele arbeidsrelatie worden gedwongen kan dit zeker aanleiding zijn tot allerlei problemen.