Stijgende werkloosheid schuld van vrouwen?

Nederlandse vlag Dat is althans een deel van de ‘conclusie’ van het Financieele Dagblad in een artikel met als titel Werkloosheid groeit door crisisangst bij vrouwen:

Steeds meer ‘nieuwe werkzoekenden’ als vrouwen en pas afgestudeerden stromen de arbeidsmarkt op. Dit is de belangrijkste verklaring voor de groei van de werkloosheid sinds juni

Deze conclusie is gebaseerd op gesprekken met arbeidsmarkteconoom Jules Theeuwes, manager Rob Witjes van de afdeling arbeidsmarktinformatie van uitkeringsinstantie UWV en CBS-econoom Peter Hein van Mulligen. Waarmee dus mogelijk de onverwacht snelle stijging van de werkloosheid in de afgelopen maanden (van 5,0% in juni tot 5,8% in september/oktober) kan worden verklaard.

Maar is dat ook zo?

Normaal gesproken laten nieuwe instromers zich afschrikken door een slechte arbeidsmarkt. Zij schatten hun kansen dusdanig laag in dat ze niet eens de moeite nemen om te solliciteren. Een vorm van discouraged worker syndrome dus. Maar niet in de huidige markt, althans volgens Theeuwes, die denkt dat er nu een veel grotere noodzaak bestaat om te werken als gevolg van een al enige jaren dalende koopkracht en een gevoelde lagere welvaart als gevolg van dalende huizenprijzen.

En dan zijn er dus de vrouwen:

‘Voor vrouwen zijn er ook nog banen beschikbaar, omdat de zorgsector een van de weinige branches is waar nog personeel wordt gevraagd. De zorg is bij uitstek een vrouwensector’, aldus Theeuwes. Datzelfde geldt volgens hem voor de groothandel en de detailhandel, waar de werkgelegenheid redelijk op peil blijft en waar vrouwen relatief gemakkelijk aan de slag kunnen.

‘Vrouwen zien nog kansen’, beaamt ook manager Rob Witjes van de afdeling arbeidsmarktinformatie van uitkeringsinstantie UWV. Volgens hem speelt echter ook mee dat Nederlanders nu somberder zijn dan tijdens de vorige crisis vanaf 2008. Toen werden ook vooral mannen, die meestal in ‘conjunctuurgevoelige’ sectoren als de financiële sector, de industrie en de bouw werken, met ontslag bedreigd. Maar destijds stelde het kabinet wel de deeltijd-WW in om ontslag te beperken. Bovendien hadden bedrijven ook nog voldoende vet op de botten om hun vakkrachten langer vast te houden.

‘Dat is nu niet het geval, waardoor mannen nadrukkelijker het risico van werkloosheid voelen naderen. Hun vrouwen kunnen daardoor denken: nu moet ik maar aan de bak’, aldus Witjes. Nederlanders zijn volgens hem nu ook somberder dan in 2008 en 2009, omdat de overheid nu de crisis niet tempert, maar € 18 mrd bezuinigt. ‘Dat heeft een psychologisch effect.’

Maar het zijn niet alleen de vrouwen die de werkloosheid omhoog jagen; ook schoolverlaters dragen hun steentje bij:

Volgens CBS-econoom Peter Hein van Mulligen heeft de overheid jongeren bij de vorige crisis gestimuleerd om langer te blijven studeren. Zij zijn nu echt klaar met hun vervolgopleiding. ‘Juist door dat uitstelgedrag liep de werkloosheid in 2009 veel minder hard op dan gedacht. En nu zien we dat zich meer schoolverlaters dan gemiddeld onder de huidige werkloosheidspopulatie bevinden.’

Arbeidsmarkteconoom Jules Theeuwes acht het zeer goed mogelijk dat juist de sombere vooruitzichten jongeren de arbeidsmarkt op jagen. ‘Hun ouders zijn pessimistisch over hun eigen baan en hun koopkracht en zeggen misschien: “Opschieten nu! Ga je eigen geld nu maar verdienen”.

Heerlijk plausibele en prettig klinkende motivaties, hoewel natuurlijk geen van de citeerde personen ook maar enig idee heeft van de werkelijke beweegredenen van de instromers op de arbeidsmarkt. Als er al sprake is van die instroom. Want de grote getallen geven niet bepaald aanleiding om te bovenstaande argumentatie voetstoots aan te nemen.

Bij mijn cijferwerk heb ik gebruik gemaakt van de niet-seizoensgecorrigeerde cijfers voor het aantal werklozen en de beroepsbevolking (werkend en werkloos):

Aantal werklozen (*1.000) en (werkloze + werkzame) beroepsbevolking  (* 1.000) niet-seizoensgecorrigeerd, juni 2009 – november 2011. Bron: CBS

Aantal werklozen (*1.000) en (werkloze + werkzame) beroepsbevolking  (* 1.000), niet-seizoensgecorrigeerd, juni 2009 – november 2011. Bron: CBS

Deze cijfers laten een fraaie jaarcyclus zien in de beroepsbevolking, met een piek in juni/juli. Dit is ongetwijfeld het gevolg van vakantiewerk waardoor de beroepsbevolking tijdelijk aanzwelt om vervolgens weer te krimpen. Opvallend genoeg is die tijdelijke groei van de beroepsbevolking in 2011 vanaf mei – juli niet extremer dan in 2010. Sterker nog, de piek in de beroepsbevolking (in beide gevallen in juli) blijft duidelijk achter bij de piek in 2010; een verschil van maar liefst 30.000 arbeidskrachten. Pas in oktober van dit jaar is er sprake van een enigszins grotere beroepsbevolking (+13.000) in vergelijking met vorig jaar oktober. Maar dan nog zijn de verschillen niet bepaald indrukwekkend te noemen.

En hoewel de cyclus zich dus op identieke wijze in beide jaren heeft ontwikkeld is met name de ontwikkeling van de niet-seizoensgecorrigeerde werkloosheid sterk verschillend:

 Niet-seizoengecorrigeerde werkloosheid, juni – november, 2010 en 2011. Bron: CBS

Niet-seizoengecorrigeerde werkloosheid, juni – november, 2010 en 2011. Bron: CBS

Hier zien we dus in september een sprong van bijna 0,5% ten opzichte van augustus. Een zeer sterke stijging terwijl de totale beroepsbevolking met 34.000 afnam! En de werkloosheid met maar liefst 35.000 toenam. Een onvervalste double whammy!

Met andere woorden, als we naar de niet voor het seizoen gecorrigeerde data kijken is er slechts 1 maand aan te wijzen waarop er sprake is van een extreme toename van de werkloosheid. Wat tevens een maand was waarin de beroepsbevolking nogal fors kromp (hoewel deze krimp identiek was aan dezelfde periode in 2010).

Waarmee ik blijf zitten met de vraag: waar zijn al die vrouwen en schoolverlaters dan ineens vandaan gekomen? Ik snap er in ieder geval helemaal niets van. Hoewel ik de uitleg nog steeds prachtig vind klinken. Maar of het ook waar is…?

Geef een antwoord