Rekenen is soms verdomde moeilijk

Nederlandse vlag De Advies Commissie Arbeidsparticipatie (ACA) heeft medio 2008 een rapport uitgebracht onder de titel: Naar een toekomst die werkt. Volgens dit rapport moesten we rekening houden met een tekort van 375.000 arbeidskrachten in 2015  en maar liefst 700.000 arbeidskrachten in 2040. Hierbij baseerde de adviescommissie zich op een eveneens in 2008 uitgekomen rapport van Cedefop genaamd Future skill needs in Europe. In dit rapport zijn allerlei tabellen opgenomen met forecasts ten aanzien van de kwantitatieve ontwikkeling van (onder meer) onze beroepsbevolking. Waarbij de cijfers schattingen zijn van het Institute for Employement Research (IER) die hiervoor gebruik heeft gemaakt van het Cambridge Econometrics E3ME model. Ook heeft dit rapport gebruik gemaakt van schattingen van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA). Inderdaad, hetzelfde instituut dat eerder dit jaar met een rapport uitkwam met de volgende krankzinnige voorspelling:

In totaal moeten tot 2016 ruim 2 miljoen arbeidskrachten vervangen worden doordat zij met pensioen gaan, arbeidsongeschikt raken of zich (tijdelijk) terugtrekken van de arbeidsmarkt.

Niet alleen is deze voorspelling een enorme blunder, ook het door het ACA rapport voorspelde tekort voor 2015 lijkt zeer onwaarschijnlijk .

Laat ik beginnen met het Cedefop rapport. Waar de volgende cijfers over de ontwikkeling van de Nederlandse beroepsbevolking worden genoemd:

  • In de periode 2006 – 2015 groeit onze arbeidsmarkt met maar 600.000 banen
  • In de periode 2006 – 2015 is de vervangingsvraag 2.659.000 banen

Waarbij de vervangingsvraag van die ruim 2,6 miljoen banen volgens het rapport van de ACA als volgt is opgebouwd:

  • 1.000.000 banen onstaan als gevolg van baanmobiliteit
  • 1,6 miljoen banen ontstaan als gevolg van het vertrek van werknemers (vergrijzing, arbeidsongeschiktheid, zorg voor gezin)

Dat is interessant! Waar het ACA rapport in 2008 uitgaat van een vervangingsvraag van 1,6 miljoen banen in 10 jaar tijd als gevolg van onder meer pensioenering gaat het ROA in haar in 2011 gepubliceerde rapport uit van ruim 2 miljoen banen gedurende de periode 2011 – 2016, oftewel slechts 5 jaar. Wat is er sinds 2008 gebeurd dat de vervangingsvraag als gevolg van vertrek van werknemers van 160.000 per jaar is geëxplodeerd naar 400.000 per jaar?

Het antwoord is natuurlijk: helemaal niets. Het ROA heeft ongekend geblunderd bij haar conclusie dat in slechts 5 jaar tijd de banen van maar liefst 2 miljoen (tijdelijk) vertrekkende werknemers moeten worden opgevuld. Rekenen is blijkbaar te hoog gegrepen voor dit researchinstituut.

Verder is er dan nog de uitbreidingsvraag, die (voor het uitbreken van de financiele crisis) door Cedefop op 600.000 is geschat voor de periode 2006 – 2015; oftewel gemiddeld 60.000 banen per jaar. Het is zeer onwaarschijnlijk dat in de eerste 5 jaar (2006 – 2010) dit gemiddelde is gerealiseerd; het is evenmin waarschijnlijk dat in de jaren 2011 en 2012 sprake is geweest van enige significante banengroei. De uitbreidingsvraag is daarmee tot op heden waarschijnlijk niet bij benadering in de buurt van de 60.000 per jaar gekomen. Waarmee het door het ACA voorspelde tekort van 375.000 arbeidskrachten in 2015 ook als sneeuw voor de zon lijkt te zijn verdwenen. De stijgende werkloosheid lijkt dit beeld te onderstrepen.

In dit verband is het overigens schrijnend om te zien wat een financiele crisis met de voorspellingen van het Cedefop heeft gedaan. Zo voorspelde dit instituut bijvoorbeeld voor Spanje een groei van de werkgelegenheid van 0,7% per jaar in de periode 2006 – 2015. De werkelijkheid is zeker geen uitbreiding van de werkgelegenheid maar wel een gigantische werkloosheid. Die zelfs de grens van 23% dreigt te doorbreken. Waarmee meteen duidelijk is geworden wat er met al die voorspellingen van Cedefop, ACA en ROA kan worden gedaan.Het roterend archief wacht…

Geef een antwoord

1 Comment