Werkloosheid en arbeidsparticipatie in VS

Werkloosheid en arbeidsparticipatie hebben een soort inverse relatie met elkaar. Stijgt de werkloosheid dan is er in het algemeen een daling van de arbeidsparticipatie te zien; is de werkloosheid laag dan is er meestal een hoge arbeidsparticipatie. Dit is zeker geen wetmatigheid maar een logisch uitvloeisel van een ‘ademende’ arbeidsmarkt.

Maar in de VS is er iets anders aan de hand, zoals onderstaande grafiek duidelijk toont:

VS: Werkloosheid en arbeidsparticipatie; 2001 – 2011. Bronnen: BLS, St. Louis Fed

VS: Werkloosheid (linkeras) en arbeidsparticipatie (rechteras); 2001 – 2011. Bronnen: BLS, St. Louis Fed

We zien een stijging van de werkloosheid in de periode 2011 – medio 2003 met een min of meer gelijktijdige daling van de arbeidspartiipcatie. De daling van de werkloosheid in de daarop volgende periode (medio 2003 – medio 2007) laat een zeer lichte stijging van de arbeidsparticipatie zien. Met enige vertraging zien we vervolgens de arbeidsparticipatie snel in elkaar zakken als de werkloosheid scherp oploopt tot medio 2009.

Al deze bewegingen lijken de inverse relatie tussen werkloosheid en arbeidsparticipatie te onderstrepen. Maar vanaf de eerste helft van 2010 gaat het mis. Ineens lopen arbeidsparticipatie en werkloosheid met elkaar in de pas. Een dalende werkloosheid en een dalende arbeidsparticipatie. Wat is hier aan de hand?

Een belangrijke verklaring voor deze trend is naar alle waarschijnlijkheid de wijze waarop de VS haar werkloosheid vaststelt. Want hiermee wordt bijvoorbeeld geen rekening gehouden met het deel van de beroepsbevolking dat niet langer zoekt naar werk, eenvoudigweg omdat het niet aanwezig is (13 miljoen werkzoekenden op een aanbod van 3 miljoen vacatures). Deze discouraged workers willen weliswaar aan de slag maar volgens de Amerikaanse overheid doen ze niet mee in het werkloosheidscijfer dat over de hele wereld iedere maand opnieuw de beurskoersen laat bewegen.

Een bijzondere ontwikkeling waarmee optisch de Amerikaanse arbeidsmarkt lijkt terug te keren naar een minder dramatische situatie vergeleken met mid-2009 (10% werkloosheid) maar waar in werkelijkheid sprake is van een vrijwel onveranderde situatie in vergelijking met mid-2009.

Weekly initial claims
En deze ontwikkeling kan ook een verklaring zijn van de ‘mysterieuze’ ontwikkeling bij het aantal weekly initial claims; oftewel het aantal eerste werkloosheidsaanvragen per week. Dit cijfer is in de afgelopen maanden onder de magische grens van 400.000 per week (seizoensgecorrigeerd) gedoken. En ook dit cijfer bepaalt in belangrijke mate het sentiment van de beurzen op de dag dat het wordt gepubliceerd (iedere donderdag). Waarbij een (seizoensgecorrigeerd) cijfer van 400.000 weekly inititial claims als de grens tussen groei en krimp van de werkloosheid wordt gezien; en daarme (by extension) een groei of krimp van de economie. Is het cijfer onder de 400.000? Dan gaan de beurzen omhoog. Is het cijfer hoger dan 400.000? Dan gaan de beurzen naar beneden.

Opvallend is hierbij ook nog het volgende. Het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics (BLS) maakt het cijfer van de weekly initial claims bekend. Maar wat vrijwel iedereen lijkt te missen is dat dit cijfer vrijwel altijd in de daarop volgende week naar boven wordt bijgesteld. Met andere woorden, de BLS publiceert vrijwel altijd een te fraai cijfer, dat de week daarop naar boven moet worden bijgesteld. Alleen is iedereen dan uitsluitend gefocust op het cijfer van de huidige week en niet meer op het cijfer van de voorgaande week. Waarmee om de BLS op zijn minst de geur van manipulatie van de markt hangt. Maar dit terzijde…

Dit is de ontwikkeling van arbeidsparticipatie en het aantal weekly initial claims in de afgelopen jaren:

image

VS: Arbeidsparticipatie (linkeras) en weekly initial claims (rechteras); 2001 – 2011. Bronnen: BLS, St. Louis Fed

De grafiek laat een opvallende synchroniciteit sinds begin 2009 zien. Dalende arbeidsparticipatie gaat hand in hand met dalende aantallen weekly initial claims. En daarmee lijkt die grens van 400.000 die als de waterscheiding tussen stijging en daling van werkloosheid wordt gezien, een irrelevante grens te zijn geworden. Want naarmate een steeds kleiner deel van de bevolking tot de beroepsbevolking behoort zal er ook een steeds kleiner aantal weekly initial claims volgen, zelfs als er geen sprake is van enig herstel van arbeidsmarkt of economie. Het cijfer is eenvoudigweg gebaseerd op een niet langer van toepassing zijnde situatie.

Cijfers lijken feiten, want ze representeren iets meetbaars. Maar als de meetlat ‘ongemerkt’ in de loop van de tijd in lengte wijzigt zijn cijfers ineens geen feiten meer. Of zelfs feitelijk onjuist.

Geef een antwoord