#stratflex2012: Trends en ontwikkelingen in de arbeidsmarkt

Prof. Dr. Ton WilthagenIk zit vandaag op het Recruiters United congres Strategische Flexibiliteit. Hoewel ik na de laatste teleurstellende Recruiters United ervaring mijzelf had voorgenomen nooit meer naar een congres van deze organisatie toe te gaan is de line-up aan sprekers te interessant. Vier sprekers die in mijn optiek iets zinnigs te melden (kunnen) hebben. En dus ben ik vol goede hoop afgereisd naar Leusden (of all places…).

En ik zit klaar om het gedachtengoed van de eerste spreker, Prof. Dr. Ton Wilthagen, te ontvangen. Althans, zijn gedachtengoed over de trends en ontwikkelingen in de arbeidsmarkt. En daar ben ik natuurlijk bijzonder benieuwd naar. Dit wordt serious shit.

Zijn vertrekpunt zijn de “Europese” waarden die uitgaan van een sociale markteconomie. Klinkt als een ferme tegenstrijdigheid. Het labeltje is flexicurity; de combinatie van Amerikaanse flexbiliteit en Europese zekerheid.

Mensen met de juiste kwalificaties op het juiste moment op de juiste plaats weten te krijgen is de basis van strategische flexibiliteit. Hierbij speelt de dynamiek aan vraag- en aanbodzijde een belangrijke rol. Vraagkant veranderd door technologie met veranderende competentievraag, economische ontwikkeling, globalisering en toenemende onvoorspelbaarheid. Aan de aanbodzijde zijn daar demografie (vergrijzing, ontgroening, feminisering arbeidsmarkt, migratie) en veranderende voorkeuren en verwachtingen bij nieuwe en bestaande werkenden.

Flexibiliteit is geen doel maar een middel om in te spelen op veranderende omstandigheden; veranderingen die zich in een hoger tempo voordoen en een lagere voorspelbaarheid hebben. We hebben in Nederland historisch gezien een relatief hoge flexibiliteit in werk. In veel gevallen was flexibele arbeid een opstap naar vast werk; aan het begin van een carriere.

Enkele feiten over flexwerk in Nederland:

  • 1/3 van Nederlandse werkenden hebben een flexbaan, bij jongeren is dat 50%.
  • Flexwerkers verdienen 2% – 30% minder loon dan mensen met vast contract
  • Doorstroomkans van flex naar vast is afgenomen van 50% naar 20% binnen 1 jaar
  • Flexwerkers zijn niet over de hele linie niet minder tevreden/zeker of hun baan
  • Relatief veel mensen vinden baan vanuit niet-werken via flex
  • Relatief veel mensen in uikering vanuit flexbaan
  • Flexwerkers krijgen minder scoling dan vaste mensen

De premisse van Wilthagen is dat flexibisering moet. En een fatsoenlijk flexicurity model bestaat uit vier componenten:

  1. Flexibele maar betrouwbare contracten
  2. Ondersteuning bij het gaan van werk naar werk
  3. Responsief een leven lang leren (relevant leren dus)
  4. Moderne sociale zekerheid

 

Nieuw Nederlands Flexpeil
Er is een nieuw model voor flexibele arbeid (Dutch Design) volgens Wilthagen nodig met een aanal do’s en dont’s. Allereerst de dont’s:

  • Geen afruil flexibiliteit versus productiviteit/innovatie
  • Geen toename segmentti arbeidsmarkt
  • Geen blokkades uit flexibiliteit (geen hypotheken bij flexibile arbeid)
  • Geen onnodige complexiteit en onduidelijkheid

En dan nog even de do’s:

  • Wel fatsoenlijk werk en gelijke behandeling (opleiding sociale voorzieningen)
  • Wel mensen midelden bieden om zelf de juiste stappen te kunnen zetten (ontvoogding)
  • Wel business model voor regulier werk aan de onderkant van de arbeidsmarkt
  • Wel samenwerken bedrijven bij benutten interne flex
Geef een antwoord

3 Comments