Mijn voorspellingen voor 2013: de arbeidsmarkt

voorspellingen

Mijn serie voorspellingen voor 2013 (en daarop volgende jaren) bestaat uit een zestal delen (economie, arbeidsmarkt, social media, mobile internet, big data & analytics en technologische ontwikkelingen). Een thematische aanpak dus, met een vaste structuur. De voorspellingen ten aanzien van de economie zijn ondertussen gedaan; het is tijd voor de arbeidsmarkt.

Aangezien ik een zeer somber economisch scenario voorzie, is de arbeidsmarkt het kind van de rekening. Maar kunnen we wel spreken van ‘de arbeidsmarkt’? De beroepsbevolking is heterogeen, net als het vacature-aanbod. Het is daarom zaak een laag dieper te kijken om bepaalde grotere trends voor de komende jaren te onderkennen

Huidige situatie
De arbeidsmarkt bestaat uit een aanbod- en vraagzijde, oftewel een beroepsbevolking en aanbod van werk. Waarbij de aanbod van werk in dit kader wordt bekeken vanuit het perspectief van het vacaturevolume.

Beroepsbevolking
Er schijnen nog altijd dolende geesten te zijn die een structurele schaarste op de arbeidsmarkt voorspellen. Deze zogenaamde war on talent, die al jaren een fictie blijkt te zijn, wordt met name gepusht door partijen die hier denken commercieel voordeel bij te hebben: markt’onderzoekers’, technologieproviders en intermediairs. Een blik op de harde cijfers geeft een totaal ander beeld.

In onderstaande grafiek is de groei van de netto arbeidsparticipatie (het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de potentiële beroepsbevolking) per leeftijdsgroep weergegeven:

%verandering netto arbeidsparticipatie (voortschrijdend jaargemiddelde) per leeftijdsgroep, Q1 2001 – Q3 2012 . Bron: CBS, RecruitmentLab

%verandering netto arbeidsparticipatie (voortschrijdend jaargemiddelde) per leeftijdsgroep, Q1 2001 – Q3 2012 . Bron: CBS, RecruitmentLab

In de grafiek is zowel de verandering tot en met Q3 2008 (de start van de financiele crisis) als de verandering tot en met Q3 2012 weergegeven. Waarbij duidelijk wordt dat de netto arbeidsparticipatie van 45-plussers op geen enkele manier te lijden heeft gehad van de financiele crisis. Je zou eerder zeggen dat het tegenovergestelde het geval is. Voor alles beneden de 45 jaar is er sprake van een daling van de netto arbeidsparticipatie sinds Q3 2008, waarbij de grootste krimp bij de jongste leeftijdsgroep zit.

Een bijzonder simplistische vingeroefening op basis van de huidige netto arbeidsparticipatie in combinatie met de CBS cijfers over de ontwikkeling van de Nederlandse bevolking leert dat er in de komende 15 jaar geen enkele krapte hoeft te worden verwacht, zelfs niet bij een (overigens volstrekt onwaarschijnlijke) groei van de economie:

%verandering werkzame beroepsbevolking op basis netto arbeidsparticipatie Q3 2012 (gemiddeld jaarvolume), 2010 – 2050. Bron: CBS, RecruitmentLab. Voor het jaar 2010 is de gemiddelde netto arbeidsparticipatie voor dat jaar gehanteerd en als nulpunt genomen voor volgende decennia

%verandering werkzame beroepsbevolking op basis netto arbeidsparticipatie Q3 2012 (gemiddeld jaarvolume), 2010 – 2050. Bron: CBS, RecruitmentLab. Voor het jaar 2010 is de gemiddelde netto arbeidsparticipatie voor dat jaar gehanteerd en als nulpunt genomen voor volgende decennia

Alle paniekzaaiers kunnen voorlopig (minimaal tot 2025) weer hun grote bek dichthouden, zoveel is wel duidelijk. En dat is meer dan 10 jaar verder; om nu al te gaan roepen wat er dan gedaan zal moeten worden om de eventuele krapte op te vangen verondersteld een alwetendheid die niet bestaat. Daarnaast, is er een weldenkend bedrijf die zich nu zorgen gaat maken over de samenstelling van zijn personeelsbestand over 12 jaar? De enige met die luxe zijn bedrijven die nog altijd veel teveel vragen voor hun producten of diensten en overheidsinstellingen. Wat eigenlijk exact hetzelfde is…

Er is geen structurele krapte en er komt voorlopig geen structurele krapte. En al helemaal niet in tijden van economische tegenspoed waardoor juist een steeds groter deel van de beroepsbevolking tot werkloosheid is veroordeeld:

image

Niet-gecorrigeerde (grijs) en gecorrigeerde werkloosheidspercentages, januari 2003 – oktober 2012. Bron: CBS

Hierbij is het goed om te bedenken dat de beroepsbevolking geen homogene klomp is. Leeftijd, opleidingsniveau en ethniciteit spelen elk een belangrijke rol bij het risico op werkloosheid. Waarbij een jeugdige, laag-opgeleide, niet maagdelijk blanke persoon gemiddeld de hoogste kans op werkloosheid heeft; met name in economisch slechtere tijden.

Gelukkig hebben we dan de politiek die zich plotsklaps heel druk maakt over jeugdige werklozen of werkloze 55-plussers. Waarbij het voor betreffende werklozen overigens zaak is om geen enkele aandacht te schenken aan de door de politiek bedachte actieplannen; het zal jaren duren voordat, voor de zoveelste keer, blijkt dat deze geen enkele zode aan de mottige dijk hebben gezet. Tenslotte is de beroepsbevolking een speelbal van de economische golven; tijdens economisch slechte(re) tijden wordt als eerste afscheid genomen van niet-essentiele functies. En in veel gevallen betekent het voor (laag-opgeleide) ouderen en jongeren dan een (frustrerende) gang naar Werk.nl. Politiek geinspireerde plannetjes om deze groepen weer aan een baan te helpen zijn gedoemd te falen zolang de economie zich niet hersteld. En als deze groepen wel door een of ander plannetje aan het werk worden geholpen heeft dat slechts een verdringingseffect; tenslotte groeit het aantal banen er niet door.

Een bijzondere ontwikkeling van de afgelopen jaren is een sterk groeiend aandeel van ZZP’ers binnen de beroepsbevolking. Een deel van de instroom is echter niet vrijwillig maar een keuze tussen zelfstandigheid of werkloosheid. Waarmee ons werkloosheidscijfer kunstmatig laag blijft terwijl een groeiend aantal zelfstandigen een bestaansminimum bij elkaar grabbelt:

Volgens het niet-veel-maar-toereikendcriterium liep de armoede in 2011 in absolute aantallen vooral op bij mensen met een werkloosheids- of bijstandsuitkering (resp. +36.000 en +32.000 personen) en bij zelfstandigen (+52.000). Het aantal arme zelfstandigen was in 2011 voor het eerst groter dan het aantal armen in loondienst (resp. 175.000 en 170.000 personen).

Als we het aantal van 52.000 zelfstandigen beneden de armoedegrens op basis van het niet-veel-maar-toerekend criterium zouden optellen bij het aantal werklozen van dit moment zou de werkloosheid geen 6,8% maar 7,4% bedragen. En ga er gemakshalve vanuit dat het aantal van 52.000 in 2011 ondertussen aanzienlijk is gegroeid… En in komende jaren nog verder zal groeien

Vacaturevolume
Het vacaturevolume is sinds 2008 aan forse fluctuaties onderhevig, zoals onderstaande grafiek duidelijk laat zien:

%verandering vacature-aanbod (obv. voortschrijdend jaargemiddelde), januari 2008 – november 2012. Bron: Jobfeed

%verandering vacature-aanbod (obv. voortschrijdend jaargemiddelde, gemiddelde over 2008 is op 0% gesteld), januari 2008 – november 2012. Bron: Jobfeed

De impact van de financiele crisis heeft duidelijk zeer lang doorgewoekerd om pas in de loop van 2010 om te slaan in een zeer snel herstel met zelfs een stijging tot boven het vacaturevolume van 2008. In de loop van 2011 begon het sentiment echter weer te verslechteren; een ontwikkeling die zich tot aan de dag van vandaag doorzet.

Maar dit algemene beeld doet geen recht aan de enorme verschillen in de ontwikkeling van het vacaturevolume per beroepsgroep:

%verandering vacature-aanbod voor een aantal grote beroepsgroepen (obv. voortschrijdend jaargemiddelde, gemiddelde over 2008 is op 0% gesteld), januari 2008 – november 2012. Bron: Jobfeed

%verandering vacature-aanbod voor een aantal grote beroepsgroepen (obv. voortschrijdend jaargemiddelde, gemiddelde over 2008 is op 0% gesteld), januari 2008 – november 2012. Bron: Jobfeed

Administratieve beroepen zijn het grootste kind van de rekening; het is niet denkbeeldig dat in de loop van 2013 het vacaturevolume binnen deze beroepsgroep is gehalveerd ten opzichte van 2008. Een ongekende situatie. Een volstrekt tegengestelde situatie is te zien bij technische en ICT vacatures. Hier is vacaturevolume in de afgelopen jaren juist zeer sterk gestegen. Andere grote beroepsgroepen bevinden zich min of meer rondom de nullijn; hoewel het vacaturevolume bij financiele beroepen zich weer duidelijk negatief lijkt te ontwikkelen.

Hoewel het vacaturevolume zich natuurlijk niet direct laat vertalen in de omvang van het werkaanbod geeft de trend waarlangs het vacaturevolume binnen een bepaalde beroepsgroep zich ontwikkeld natuurlijk wel een goede indicatie van de gezondheid (of het gebrek daaraan) van die beroepsgroep.

Verwachte ontwikkelingen
In 2013 en volgende jaren is een structureel hoge werkloosheid te verwachten als gevolg van de te verwachte slechte tot zeer slechte economische omstandigheden. Bedrijven krijgen te maken met de noodzaak om in een stagnerende of zelfs krimpende martkt winstgevend te blijven. Afstoten van niet winstgevende onderdelen, outsourcing en verdergaande automatisering zijn te verwachten maatregelen die ervoor zullen zorgen dat de werkloosheid in 2013 en daarop volgende jaren verder zal stijgen. Daarnaast zullen salarissen in toenemende mate onder druk komen te staan voor beroepsgroepen zonder structurele krapte.

Een onzekere toekomst zorgt ervoor dat werkgevers op zoek zullen gaan naar allerlei vormen van flexibiliteit in arbeidsovereenkomsten. Baanzekerheid is een illusie; een vaste baan een bijna gedateerd begrip. Een groeiend deel van de beroepsbevolking zal via een of andere vorm van flexibiliteit worden ingehuurd. Een uitstekende ontwikkeling om de marktwerking ook daadwerkelijk te laten werken. Er zijn natuurlijk wel een aantal geriatrische clubjes die zich vakbewegingen noemen waar enige weerstand vanuit kan worden verwacht. Gezien de gemiddelde leeftijd van het ledenbestand van deze clubjes is deze weerstand met een jaar of 10 definitief verdwenen. De steeds grote flexibele schil zal het new normal worden van onze arbeidsmarkt. Het zal even wennen zijn voor eenieder die

De werkloosheid in Nederland zal in 2013 en komende jaren verder oplopen. Of de grens van 7% nog in 2012 of pas in 2013 zal worden doorbroken is nauwelijks interessant; in 2013 groeit de werkloosheid gestaag door naar ver boven de 7% om vervolgens naar alle waarschijnlijkheid ook de 8%-grens te gaan doorbreken. De trend voor komende jaren is er eentje van min of meer onafgebroken stijging.

Vanzelfsprekend zal hierbij de werkloosheid onder jongeren en ouderen relatief gezien sterker stijgen, waarbij tevens het niveau van de opleiding een belangrijke factor speelt. Hoe lager de opleiding, des te hoger de kans op werkloosheid in komende jaren. Hoewel ook een toenemend aantal werknemers met een middelbare opleiding dreigt werkloos te worden is hier naar alle waarschijnlijk een grote kans op verdringing; mede ingegeven door de kortere WW en strengere eisen aan het vinden van ‘passend’ werk. Waardoor met name het lager opgeleide deel van de beroepsbevolking in komende jaren het kind van de rekening zal worden.

Tegelijkertijd zal de arbeidsmarkt zeer krap worden als het om technisch personeel gaat. Heb je een beta-opleiding gevolgd dan zit je in de komende jaren op fluweel. Waarbij het fluweel steeds dikker wordt naarmate het opleidingsniveau hoger is. Heb je daarentegen een pretstudie gedaan dan wachten bijzonder magere jaren, ongeacht de hoogte van de studie. In ieder geval zal er geen carriere in het verlengde van de studie hoeven te worden verwacht.

Hoewel dit zich dit niet direct op de arbeidsmarkt richt bestaat er een concrete kans op een tweedeling in onze maatschappij als gevolg van een structureel hoge werkloosheid; met name onder laag opgeleide jongeren. Het gebrek aan perspectief kan tot sociale onrust en polarisatie leiden, zeker als een populistische partij als de PVV hier electoraal garen bij denkt te kunnen spinnen.

Impact op corporates
Een ruime arbeidsmarkt lijkt een gunstige ontwikkeling voor corporates, maar dat hangt natuurlijk volledig af van de aard en omvang van de eventuele personeelsbehoefte, de mate waarin gekwalificeerde personen binnen de beroepsbevolking aanwezig zijn en de mate waarin deze personen een corporate een aantrekkelijke werkomgeving zullen vinden.

Steeds meer bedrijven zullen zich op hun kerntaken richten en aanhangend vocht outsourcen. Waarbij de corporate recruiter zeker tot dat aanhangend vocht mag worden gerekend. Zij kunnen zich per direct scharen in het groeiende leger van zelfstandige recruiters die voor een steeds lager tarief probeert een boterham te verdienen door deze in toenemende mate uit de mond van de bestaande werving- en selectiebureaus te stoten.

Impact op intermediairs
Intermediairs die zich hebben gespecialiseerd binnen beroepsgroepen waar structurele schaarste heerst, zijn spekkopers. Hier zal in komende jaren een goede boterham verdiend kunnen worden, waarbij de betreffende intermediairs met dat schaarse talent eens in dialoog zouden moeten gaan over het impressario-model. Misschien volstrekt contrair in een krimpende economie maar daarom niet minder logisch. Helaas zal het opportunistische DNA van intermediairs hen niet in staat stellen strategisch te denken en daar vervolgens naar te handen.

Uitzenders die zich primair richten op werk waar nauwelijks tot geen opleiding nodig is dienen het proces maximaal te industrialiseren. Maximale kostenefficientie in combinatie met schaalgrootte maakt dat er een overlevingskans bestaat. Werkgevers zullen echter jaar op jaar de kosten voor deze dienstverlening naar beneden bij proberen te stellen.

Kostenoptimalisatie onder uitzenders is ondertussen al tot kunst verheven; er kan niet veel meer uit het proces worden geknepen zonder het proces zelf de nek om te draaien. Zonder nieuwe business concepten is er weinig hoop en innovatie is bepaald niet een kwaliteit die uitzenders zichzelf mogen toedichten. Grote generalistische uitzenders gaan de meeste pijn voelen. Niche uitzenders die dichtbij de klant acteren gaan een veel lagere impact voelen. In alle gevallen zal piek en ziek de enige reddingsboei zijn om de storm te overleven. Maar hoeveel uitzenders kunnen zich aan dezelfde reddingsboei vastklampen?

Outplacementbureau’s kunnen de deuren het beste sluiten. Hun dienst is een luxeproduct geworden waar geen bedrijf nog gebruik van zal kunnen maken. Ook hier geldt dat een nieuw business model de enige manier zal zijn om een kans te maken op een toekomst. Maar die kans is uitzonderlijk klein.

Impact op service providers
Service providers (vacaturesites, professionele netwerken, corporate referral toepassingen, etc.) worden geconfronteerd met een krimpende vraag en/of een neerwaartse druk op de prijs. Als service providers nog niet goed weten hoe daarmee om te gaan is het misschien een idee om eens te buurten bij uitzenders, waar het verlagen van de prijs een jaarlijks ritueel is geworden.

Er is echter een alternatief: customer intimacy. Door daadwerkelijk een uitstekende dienstverlening te leveren (boven verwachting van de klant) is het niet alleen mogelijk om de impact van de krimp te beperken (of zelfs tot nul te reduceren) en de prijs voor de dienstverlening op hetzelfde niveau te houden. Het betekent wel harder werken en eindelijk waarmaken wat je de klant al jarenlang hebt beloofd maar tot op heden nog steeds niet echt heb geleverd. Verfrissend dus!

Impact op technology providers
Voor technology providers (ATS’en, matching engines, multiposters en veel, veel meer) geldt ook nu feitelijk exact hetzelfde als voor service providers. Luister verdomde goed naar je klant en maak waar wat je de klant beloofd. Bij technology providers is het gat tussen perceptie en het feitelijke niveau van het geleverde product vaak nog veel groter. Waarmee het risico op teleurstelling bij de klant nog veel groter is. Een klant is niet ignorant, een leverancier is dom als hij niet weet in te schatten wat het kennisniveau bij de klant is en daar correct op inspeelt. Toch lekker de beter wetende provider uithangen en/of voor elke legitieme vraag van een klant direct een obsceen uurtarief rekenen? Magere Hein is zijn zeis al voor jou aan het wetten.

Impact op werkzoekers
Hoger opgeleid in een technische richting? Het leven lacht je toe. Geen hogere opleiding en/of gespecialiseerd in een (financieel-)administratieve richting? Er wacht een toekomst vol uitdagingen. En dat laatste is nog buitengewoon sympathiek gesteld. In een ruime tot zeer ruime arbeidsmarkt wordt aanzienlijk meer van de werkzoeker gevraagd dan je menselijkerwijs zou wensen; in een bijzonder krappe arbeidsmarkt kan de veelvuldig nagejaagde kandidaat nog altijd flinke eisen stellen. Een volstrekt schizofrene situatie die zich in de komende jaren zal voortzetten. Waarbij wel moet worden bedacht dat die krappe arbeidsmarkt maar echt voor een happy few zal bestaan.

De zelfvervullingscrap die de jongste generatie van onze beroepsbevolking najaagt kan voorlopig in de koelkast. Sterker nog, gooi het maar in de diepvries; want tegen de tijd dat de luxe weer bestaat om daar aan te gaan denken is het in de koelkast een grote schimmelbende geworden. Betekenisvol werk, maatschappelijk verantwoord ondernemen en andere idealen uit de hoogste schijf van Maslow’s behoeftehierarchie zijn voorlopig geen issue. Een inkomen om de maandelijkse lasten te betalen is ineens een stuk belangrijker geworden. En een HBO opleiding treehugging gaat de kachel niet laten branden…

Geef een antwoord

25 Comments