Groei beroepsbevolking: 100% flex en zelfstandig

Er is de laatste tijd het nodige gezegd over de veranderde arbeidsmarkt waarbij bijzonder veel aandacht uitgaat naar de sterke groei van zelfstandigen en flexwerkers. Het is onmiskenbaar dat deze twee groepen binnen onze beroepsbevolking in het afgelopen decennium zijn gegroeid, maar zoals onderstaande grafiek laat zien, is dit niet ten koste gegaan van het aantal vaste banen:

Samenstelling Nederlandse beroepsbevolking (*1.000) (voortschrijdend jaargemiddelde), Q1 2001 – Q3 2012. Bron: CBS, RecruitmentLab

Samenstelling Nederlandse beroepsbevolking naar arbeidspositie (*1.000) (voortschrijdend jaargemiddelde), Q1 2001 – Q3 2012. Bron: CBS, RecruitmentLab

Sinds 2001 is het aantal vaste banen met 2% gekrompen. Tegelijkertijd is de werkzame beroepsbevolking met 6,6% gestegen; het verschil is volledig ten gunste gekomen van flexibele contracten en zelfstandigen.  Waarbij het aantal flexibele contracten bijna twee keer zo hard is gegroeid (33%) als het aantal zelfstandigen (18%).

Als we deze ontwikkeling echter procentueel zouden bekijken (waarbij de totale werkzame beroepsbevolking op 100% wordt gesteld) ontstaat echter een total ander beeld:

image

Samenstelling Nederlandse beroepsbevolking naar arbeidspositie (in%) (voortschrijdend jaargemiddelde), Q1 2001 – Q3 2012. Bron: CBS, RecruitmentLab

Zonder het inzicht dat de werkzame beroepsbevolking sinds 2001 aanzienlijk is gegroeid lijkt bovenstaande grafiek een sterke verdringing door flexibele arbeidsvormen ten koste van het aantal vast banen. Maar op de totale beroepsbevolking is daar geen sprake van.

Als we echter een niveau dieper kijken dan ontstaat er echter een aanzienlijk genuanceerder beeld; waarbij forse individuele verschuivingen op een geconsolideerd niveau eenvoudig niet zichtbaar zijn. Zoals een ontwikkeling van de werkzame beroepsbevolking sinds 2001 per leeftijdsgroep. Dan ontstaat ineens een veel genuanceerder beeld:

Samenstelling Nederlandse beroepsbevolking 15 – 20 jarigen naar arbeidspositie (*1.000) (voortschrijdend jaargemiddelde), Q1 2001 – Q3 2012. Bron: CBS, RecruitmentLab

Samenstelling Nederlandse beroepsbevolking 15 – 20 jarigen naar arbeidspositie (*1.000) (voortschrijdend jaargemiddelde), Q1 2001 – Q3 2012. Bron: CBS, RecruitmentLab

De omvang van de werkzame beroepsbevolking van 15 – 20 jarigen is sinds 2001 sterkt gekrompen (-22%), maar hierbij is de krimp van de vaste arbeidscontracten aanzienlijk harder gegaan (-52%). Tegelijkertijd is het aantal flexibele arbeidscontracten gestegen (+11%). Als een gevolg van een krimp van de totale leeftijdsgroep is de relatieve groei van flexibele contracten aanzienlijk groter (sinds 2001 is het aandeel flexcontracten met 42% gegroeid). Zoals mag worden verwacht is het aandeel zelfstandigen binnen deze leeftijdsgroep vrijwel verwaarloosbaar.

Aan het andere uiterste van het leeftijdsspectrum is er geen sprake van krimp van de werkzame beroepsbevolking maar juist van een extreme stijging:

image

Samenstelling Nederlandse beroepsbevolking 60 – 65 jarigen naar arbeidspositie (*1.000) (voortschrijdend jaargemiddelde), Q1 2001 – Q3 2012. Bron: CBS, RecruitmentLab

Hier is sprake van een groei van de werkzame beroepsbevolking van maar liefst 291% sinds 2001. Waarbij de vaste arbeidscontracten vereweg het hardst zijn gegroeid (+418%) en het aantal flexibele arbeidscontracten en aantal zelfstandigen minder hard is gegroeid dan de werkzame beroepsbevolking van 60 jaar en ouder.

Als

Samenstelling Nederlandse beroepsbevolking 30 – 35 jarigen naar arbeidspositie (*1.000) (voortschrijdend jaargemiddelde), Q1 2001 – Q3 2012. Bron: CBS, RecruitmentLab

Samenstelling Nederlandse beroepsbevolking 30 – 35 jarigen naar arbeidspositie (*1.000) (voortschrijdend jaargemiddelde), Q1 2001 – Q3 2012. Bron: CBS, RecruitmentLab

De omvang van de werkzame beroepsbevolking tussen de 30 – 35 jaar is met 21% afgenomen sinds 2001, waarbij het aandeel vaste arbeidsovereenkomsten iets harder is gekrompen (-28%) terwijl het aandeel flexibele arbeidscontracten juist is gegroeid (+23%). Het aandeel zelfstandigen is licht afgenomen (-9%); minder hard dan de krimp van de totale leeftijfdsgroep. Waardoor relatief gezien het aandeel zelfstandigen binnen deze leeftijfdsgroep licht is toegenomen

De leeftijdsgroep van 35 – 40 jarigen laat een vrijwel identiek beeld zien als de 30 – 35 jarigen, maar bij de groep van 40 – 45 jaar gebeurt iets totaal anders:

image

Samenstelling Nederlandse beroepsbevolking 40 – 45 jarigen naar arbeidspositie (*1.000) (voortschrijdend jaargemiddelde), Q1 2001 – Q3 2012. Bron: CBS, RecruitmentLab

Hier is een groei van de omvang van de werkzame beroepsbevolking te zien (+7%), maar het aandeel flexcontracten (+42%) en zelfstandigen (+38%) groeit veel harder, terwijl het aandeel vaste arbeidscontracten (-2%) heel licht afneemt. De toename van de werkzame beroepsbevolking in deze leeftijfscategorie komt dus volledig op het conto van flexcontracten en zelfstandigen.

Voor de oudere leeftijdsgroepen is er sprake van een stijging van alle vormen van arbeid waarbij met name de flexcontracten beduidend harder groeien dan de andere arbeidsvormen. In alle gevallen neemt de beroepsbevolking bij de oudere leeftijdgroepen toe.

Geef een antwoord