Laagopgeleidwerkloosheid is het echte probleem

De ketelmuziek rondom jeugdwerkloosheid blijft oorverdovend; ook al is de verhouding jeugdwerkloosheid ten opzichte van de totale werkloosheid nauwelijk veranderd:

Verhouding jeugdwerkloosheid / totale werkloosheid, januari 2003 – mei 2013, seizoensgecorrigeerd. Bron: CBS, RecruitmentMatters

Verhouding jeugdwerkloosheid / totale werkloosheid, januari 2003 – mei 2013, seizoensgecorrigeerd. Bron: CBS, RecruitmentMatters

Die verhouding schommelt al jarenlang rond een factor 2; wat betekent dat de jeugdwerkloosheid ongeveer 2 keer zo hoog is als de totale werkloosheid. Op dit moment (stand mei 2013) staat de jeugdwerkloosheid op 15,7% terwijl de totale werkloosheid op 8,3% staat. Wat de factor op bijna 1,9 brengt, ruim 0,1 lager dan het gemiddelde sinds januari 2003.

Een ambassadeur voor de Aanpak jeugdwerkloosheid is dus weggegooid geld. En we hebben veel eerder een ambassadeur laagopgeledwerkloosheid nodig. Want daar zit de echte pijn.

Zoals onder meer blijkt uit onderstaande grafiek:

Ratio (%werkloosheid / %beroepsbevolking jeugdwerkloosheid) –1), Q1 2003 – Q1 – 2013. Bron: CBS, RecruitmentMatters

Ratio (%werkloosheid / %beroepsbevolking jeugdwerkloosheid) –1), Q1 2003 – Q1 – 2013. Bron: CBS, RecruitmentMatters

In deze grafiek is per opleidingsniveau de omvang van de werkloosheid (als percentage van de totale werklooshed) gedeeld door de omvang van de beroepsbevolking (als percentage van de totale beroepsbevolking). Het aldus verkregen getal is met 1 verminderd. Is het aldus verkregen getal groter dan 0 dan betekent het voor het betreffende opleidingsniveau dat de werkloosheid relatief gezien hoger is dan op basis van het aandeel in de beroepsbevolking mag worden verwacht. Is het getal kleiner dan 0 dan is de werkloosheid lager dan op basis van het aandeel in de beroepsbevolking mag worden verwacht.

Zijn we er nog bij? Mooi. Want uit bovenstaande grafiek blijkt dus dat de werkloosheid onder het deel van de beroepsbevolking met een lage opleiding aanzienlijk boven het niveau ligt dat op basis van het aandeel in de beroepsbevolking zou mogen worden verwacht. Het tegenovergestelde is het geval bij dat deel van de beroepsbevolking met een hoge opleiding. Bij het deel van de beroepsbevolking met een middelbare opleiding is er sind 2006 sprake van een ‘balans’ tussen omvang van de beroepsbevolking en omvang van de werkloosheid..

Opvallend hierbij is dat deze ratio’s binnen de jeugwerkloosheid dichter bij elkaar liggen dan bij een aantal andere leeftijgscohorten:

Ratio (%werkloosheid / %beroepsbevolking jeugdwerkloosheid) –1) 15 – 25 jaar, Q1 2003 – Q1 – 2013. Bron: CBS, RecruitmentMatters

Ratio (%werkloosheid / %beroepsbevolking jeugdwerkloosheid) –1) 15 – 25 jaar, Q1 2003 – Q1 – 2013. Bron: CBS, RecruitmentMatters

Er is geen extreem nadeel voor jeugdige laagopgeleiden in vergelijking met het beeld over alle leeftijdsgroepen. En dat is toch opvallend te noemen.

Daarentegen is het opleidingsniveau binnen het cohort van 25 – 35 jarigen een bijzonder sterke determinator voor de kans op werkloosheid:

Ratio (%werkloosheid / %beroepsbevolking jeugdwerkloosheid) –1) 25 – 35 jaar, Q1 2003 – Q1 – 2013. Bron: CBS, RecruitmentMatters

Ratio (%werkloosheid / %beroepsbevolking jeugdwerkloosheid) –1) 25 – 35 jaar, Q1 2003 – Q1 – 2013. Bron: CBS, RecruitmentMatters

Hier ben feiteljk het haasje Sjaak als je laagopgeleid bent. Overigens is het interessant (en verontrustend) om te zien dat voor hoogopgeleiden de trendlijn in de laatste jaren richting de nullijn oploopt.

Ook voor 35 – 45 jarigen is het nog bepaald problematisch als je laagopgeleid bent; maar de situatie is veel minder ongunstig dan onder 25 – 35 jarigen:

Ratio (%werkloosheid / %beroepsbevolking jeugdwerkloosheid) –1) 35 – 45 jaar, Q1 2003 – Q1 – 2013. Bron: CBS, RecruitmentMatters

Ratio (%werkloosheid / %beroepsbevolking jeugdwerkloosheid) –1) 35 – 45 jaar, Q1 2003 – Q1 – 2013. Bron: CBS, RecruitmentMatters

Daar staat tegenover dat de trendlijn voor laagopgeleiden onrustbarend stijgt; de kans op werkloosheid onder laagopgeleide 35 – 45 jarigen wordt dus steeds groter. Overigens is er ook bij middelbaar opgeleiden sprake van een opvallende stijging in de afgelopen paar jaar. Blijkbaar wordt het voor deze groep ook steeds moeilijker.

In de leeftijd tussen de 45 – 55 jaar lijkt het opleidingsniveau een minder belangrijke rol te spelen bij de kans op werkloosheid:

Ratio (%werkloosheid / %beroepsbevolking jeugdwerkloosheid) –1) 45 – 55 jaar, Q1 2003 – Q1 – 2013. Bron: CBS, RecruitmentMatters

Ratio (%werkloosheid / %beroepsbevolking jeugdwerkloosheid) –1) 45 – 55 jaar, Q1 2003 – Q1 – 2013. Bron: CBS, RecruitmentMatters

Het is nog steeds zo dat de kans op werkloosheid onder laagopgeleiden nog altijd hoger is maar het verschil ten opzichte van de andere opleidingsniveau’s is relatief beperkt.

En voor de oudste leeftijdsgroep is dat verschil zelf helemaal verdwenen. Althans, in vergelijking met middelbaar opgeleiden:

Ratio (%werkloosheid / %beroepsbevolking jeugdwerkloosheid) –1) 55 – 65 jaar, Q1 2003 – Q1 – 2013. Bron: CBS, RecruitmentMatters

Ratio (%werkloosheid / %beroepsbevolking jeugdwerkloosheid) –1) 55 – 65 jaar, Q1 2003 – Q1 – 2013. Bron: CBS, RecruitmentMatters

Hier is het hebben van een hoge opleiding nog altijd een voordeel, maar de omvang van dat voordeel is geen andere leeftijdsgroep zou klein als onder het oudste deel van de beroepsbevolking. En er is geen enkel verschil tussen het hebben van een lage of middelbare opleiding. Ervaring speelt mogelijk een veel belangrijker rol?

Opleidingsniveau heeft een duidelijke relatie met de kans op werkloosheid waarbij deze het sterkst is in de groep laagopgeleide 25 – 45-jarigen. Opvallend genoeg heeft het opleidingsniveau onder jeugdigen (15 – 25-jarigen) een minder grote impact in de kans op werkloosheid. En onder het oudere deel van de beroepsbevolking is die impact zelfs vrij klein. Maar voor een groot deel van de beroepsbevolking is die impact helaas zeer fors. En die groep kent geen enkele special interest vertegenwoordiger. Voor de jeugdigen hebben we een ambasadeur en extra geld. En ook voor oudere werklozen wordt extra geld uitgetrokken. Maar wie bekommert zich om de groep 25 – 45 jarigen met een lage opleiding? Inderdaad… niemand. En dat is eigenlijk brood- en broodnodig!

Alle resultaten zijn seizoensgecorrigeerd door het gemiddelde van vier opeenvolgende kwartalen te berekenen.

Geef een antwoord

4 Comments