Werkloosheid treft vooral oudere deel beroepsbevolking

Sombere vooruitzichtenDit is wat het CBS recent heeft gezegd over de leeftijdsgebonden kansen op het vinden van een baan:

Leeftijd is een belangrijke factor bij het vinden van werk. Van de 15- tot 45-jarigen die hun baan verliezen en in de WW terecht komen, is ruim de helft al na een half jaar weer aan het werk.  45-plussers zitten vaker langdurig in de WW. Pas na twee jaar heeft ruim de helft van hen geen WW meer en weer een baan.

Maar het zijn niet alleen de 45-plussers, hoewel daar de nood ontegenzeggelijk het hoogst is. Ook 25-plussers hebben het steeds moeilijker, als we uitgaan van de werkloosheidsontwikkeling per leeftijdsgroep.

Want dit is de ontwikkeling van het aantal werklozen per leeftijdsgroep sinds 2003:

Aantal werklozen per leeftijdsgroep, januari 2003 – december 2014. Bron: CBS

Aantal werklozen per leeftijdsgroep (seizoensgecorrigeerd), januari 2003 – december 2014. Bron: CBS

Het gaat hierbij niet om het absolute aantal werklozen per leeftijdsgroep maar om de ontwikkeling van dat aantal in de loop van de tijd. En dan valt direct de vrijwel onafgebroken stijging van het aantal werklozen onder 45-plussers op. Sinds de financiële crisis tot op dit moment is het aantal werklozen gestegen van bijna 100.000 (juli 2008) tot bijna 270.000 (december 2014). Dit is een stijging van 172% in ruim 6 jaar.

Vergelijk dat eens met de stijging van het aantal werklozen onder 15 – 25-jarigen, ‘slechts’ 51%. En niet alleen is de stijging onder jongeren veel beperkter, er is ook al geruime tijd sprake van een dalende lijn van het aantal werklozen. En met die dalende lijn, sinds medio 2013, onderscheiden de jongeren zich ook nog eens van de leeftijdsgroep van 25 – 45-jarigen. Deze groep kent sinds het begin van de financiële crisis een groei van 118%, en beetje tussen de jongste en de oudste leeftijdsgroepen in. En net als bij de oudste leeftijdsgroep is er sinds het begin van de crisis een vrijwel continue groep van het aantal werklozen geweest, slechts onderbroken door kortstondige dalingen. Recent is er wederom sprake van een stijging.

Hebben we hier te maken met leeftijdsdiscriminatie waardoor het oudere deel van de beroepsbevolking buiten spel wordt gezet? Dat is niet uit bovenstaande cijfers te concluderen, maar de ontwikkeling van het aantal werklozen onder 45-plussers is waarschijnlijk het gevolg van een langduriger periode WW. En als we er vanuit gaan dat de meeste 45-plussers niet vrijwillig zo lang mogelijk in de WW willen blijven is het dus de vraag waarom er dan sprake is van een langere WW-duur. En dan komt de gedachte aan leeftijdsdiscriminatie natuurlijk wel op.

Geef een antwoord