Werkloosheid daalt in juli 2021 naar: 3,1%

Nederlandse vlagAls gevolg van een korte periode van volledige verstandsverbijstering heb ik geen werkgelegenheidscijfers over juni 2021 gepubliceerd, waarvoor mijn nederige excuses. Gelukkig kan ik het een maand later alweer goedmaken, met de cijfers van juli 2021. Aan de slag dus.

Ik zit nog altijd te wachten op de CBS cijfers van de werkloosheid volgens de nationale definitie.. Maar ik ben bang dat CBS hier nooit meer mee gaat komen. En daarom zit er niets anders op dan de ILO-cijfers te blijven hanteren; waardoor er geen ondergrens is aan het aantal uur dat iemand werkt. Met als gevolg dat allerlei kleine baantjes meegeteld worden waarmee (ten opzichte van de nationale definitie) een te rooskleurig beeld van de werkgelegenheid wordt geboden. Het zij zo. Ik ben de enige klager dus verder wordt het niet belangrijk gevonden.

Een jaar geleden stond de werkloosheid op 4,5% (mei 2020). Dit niveau is natuurlijk eerst en vooral het gevolg van het uitbreken van de pandemie. Een jaar later en we zitten op 3,1% werkloosheid! Alsof er geen pandemie is (geweest).

Overall werkloosheid
Zo ziet de werkloosheidsontwikkeling voor de Nederlandse beroepsbevolking (15 – 75 jaar)er uit:

Gecorrigeerde werkloosheidspercentages, januari 2003 – juli 2021. Bron: CBS, ILO-definitie

Gecorrigeerde werkloosheidspercentages, januari 2003 – juli 2021. Bron: CBS, ILO-definitie

We zijn alweer bijna aangekomen bij het laagste werkloosheidsniveau van de afgelopen 18 jaar. Alleen de eerste drie maanden van 2020 registreerden een nog lagere werkloosheid (3,0% – 2,9%). Veel lager lijkt het toch niet te kunnen gaan; er is toch altijd een bepaald percentage frictiewerkloosheid waar we rekening mee moeten houden. Of neemt de frictie soms af?

Ik heb enkele mislukte pogingen op de beurs achter de rug, dus aan voorspellingen waag ik me liever niet meer. Ik ga dus ook niets orakelen over de komende maanden, laat staan de komende jaren. En we zitten ook nog eens met een bizarre vacaturemarkt die tegen de klippen opgroeit maar waarvan tegelijkertijd de werkelijkheidswaarde kan worden betwijfeld. Het is onbekend terrein waar we ons op begeven en we doen dat ook nog eens met een blinddoek voor. Dus is het verstandig om de ontwikkelingen een paar maanden te volgen zonder er meteen conclusies aan te verbinden. Keep calm.

Overigens is het niet zo dat voor de verschillende leeftijdsgroepen de werkloosheid zich op een gelijke wijze heeft ontwikkeld. Daarom is het wel aardig om eens te kijken naar de onderliggende ontwikkelingen.


Werkloosheid 15 – 25 jarigen
Voor de jongste leeftijdsgroep ziet de werkloosheidsontwikkeling er als volgt uit:

Gecorrigeerde werkloosheid, 15 – 25 jaar, januari 2003 – juli 2021. Bron: CBS, ILO-definitie

Gecorrigeerde werkloosheid, 15 – 25 jaar, januari 2003 – juli 2021. Bron: CBS, ILO-definitie

De jeugdwerkloosheid is in het afgelopen kwartaal met 1,4% gedaald en dat is natuurlijk ongelofelijk snel. Tegelijkertijd is de werkloosheid nog altijd een stuk hoger dan voor het uitbreken van de pandemie. Zou dit zich vooral in horeca en aanverwante categorieën tonen? Het zou me niets verbazen.

Het jongere deel van de beroepsbevolking is onevenredig zwaar geraakt door de pandemie en dat zou weleens kunnen komen door alle flexconstructies die vooral in dit deel van de beroepsbevolking ‘populair’ zijn. Maar dan zou je toch verwachten dat, bij het herstel van de arbeidsmarkt, dat juist deze groep ook weer razendsnel aan een baan komt? Niet dus. En dat is toch best wel vreemd, zeker als je ziet hoe snel de uitzenders weer opveren. Ligt het risico op dit moment teveel bij werknemers?


Werkloosheid 25 – 45 jarigen
Voor de middelste leeftijdsgroep ziet de werkloosheidsontwikkeling er als volgt uit:

Gecorrigeerde werkloosheid, 25 – 45 jaar, januari 2003 – juli 2021. Bron: CBS, ILO-definitie

Gecorrigeerde werkloosheid, 25 – 45 jaar, januari 2003 – juli 2021. Bron: CBS, ILO-definitie

In juli 2020 stond de werkloosheid op 2,6%, een minimale stijging ten opzichte van de maand juni. In de tussenliggende periode ligt de pandemie piek op 3,9% (juli en augustus 2020). We zijn ondertussen dus aanbeland op een lager niveau dan voor de crisis (2,7% in Q1 2020 en 2,6% nu).. In deze leeftijdsgroep is er niets te zien van de situatie bij de 15 – 25-jarigen. Opvallend.


Werkloosheid 45 – 75 jarigen
Voor de oudste leeftijdsgroep ziet de werkloosheidsontwikkeling er als volgt uit:

image

Gecorrigeerde werkloosheid, 45 – 75 jaar, januari 2003 – juli 2021. Bron: CBS, ILO-definitie

Ook hier is een colletje te zien, maar deze is zo klein dat er niet eens een categorie opgeplakt kan worden. Als je niet goed oplet heb je het gemist.

Voor de pandemie stond de teller stil op 1,9% (serieus!) en in juli  2021 zitten we op 2,0%. Alletwee krankzinnig laag. Je kan nauwelijks spreken van enige werkloosheid onder de grijze duiven. Nu is ons arbeidsethos vermaard in de wereld, maar dit is toch wel uitzonderlijk laag.


Verandering van werkloosheid per leeftijdsgroep
In onderstaande grafiek heb ik de verandering van de werkloosheid per leeftijdsgroep weergegeven, op basis van de gecorrigeerde werkloosheid volgens de ILO definitie:

Verandering van de werkloosheid per leeftijdsgroep (2003 = 0), januari 2003 – juli 2021, o.b.v. gecorrigeerde werkloosheid volgens ILO-definitie (CBS)

Verandering van de werkloosheid per leeftijdsgroep (2003 = 0), januari 2003 – juli 2021, o.b.v. gecorrigeerde werkloosheid volgens ILO-definitie (CBS)

Wat meteen opvalt is dat de momenten van stijgen en dalen van de trendlijnen per leeftijdsgroep verschilt op een vrijwel consequente manier. De werkloosheid daalt het eerst bij 15 – 25-jarigen, dan bij de middelste leeftijdsgroep en dan bij de 45 – 65-jarigen. Omgekeerd stijgt de werkloosheid als eerste bij de jongeren, dan bij de 25 – 45-jarigen en dan bij de grijze duiven. Net als in de echte wereld zijn de jongeren de early adopters en de grijze duiven de laggards.

Wat dit patroon interessant maakt, is het gebruik ervan om de toekomst te duiden. We zien een omkering van de trendlijn bij zowel de jongeren als de 25 – 45-jarigen (waarbij dit keer de jongeren niet als eerste maar als tweede omkeren). Het is verrassend om te zien dat de jongeren als eerste de nullijn (=2003) bereiken en dat de 25 – 45-jarigen en de 45-plussers daar alle twee nog ruim vanaf zitten.

Wordt vervolgd

Geef een antwoord