Laat ik eens een keer wat schrijnende details delen van de alles-vermorzelende kracht die bureaucratie heet. Als voorbeeld hiervoor neem ik een Woo-verzoek dat ik eind maart van dit jaar aan het UWV heb gestuurd naar aanleiding van het rapport van het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT) van begin februari. In deze blog posting volg ik het pad van dit Woo-verzoek door de ondoordringbare krochten van het UWV.
Proloog
Voor wie het naadje van de kous wil weten, geef ik hieronder een select aantal links die de broodnodige context geven waarbinnen het Woo-verzoek past. Voor wie dat geduld of die interesse niet heeft, geef ik hierbij de tl;dr: Het rapport van de AcICT geeft onder meer het dwingende advies aan UWV om zo snel mogelijk de nieuwe software (BMS, fase 1) met een kleine groep adviseurs in twee of drie rayons. Dit experiment dient om de kwaliteit van de software en de toegevoegde waarde voor adviseurs vast te stellen via een objectieve en herhaalbare onderzoeksopzet.
10 juli 2025 Wie of wat is het Adviescollege ICT-toetsing? En waarom is dit relevant?
15 september 2025 “We” zijn gestart. Adviescollege ICT-toetsing onderzoekt UWV (BMS-project)
21 februari 2026 Adviescollege ICT-toetsing velt negatief oordeel over UWV, 1
23 februari 2026 UWV en Adviescollege ICT-toetsing: een gevalletje van de slager die haar eigen vlees keurt?
23 maart 2026 Een reactie van UWV/minister van SZW op de toetsing van BMS
Het vervolg
Het Ministerie van SZW reageert op het rapport van AcICT en stelt daarbij onder meer:
Het advies van het AcICT om met een kleine groep UWV-adviseurs te starten sluit aan bij de aanpak van UWV. UWV kiest voor een zorgvuldige gefaseerde opschaling en is ondertussen gestart met een pilot met een beperkte groep van acht UWV-adviseurs die de BMS gaat gebruiken.
UWV heeft de koe bij de horens gevat en is ondertussen dus gestart met een pilot! Mooi, dat is voor mij voldoende om een Woo-verzoek in te dienen met het verzoek om de alle vormen van documentatie op te vragen die rondom deze pilot zijn opgesteld. Ik heb daarbij een aantal voor de hand liggende onderwerpen gespecificeerd; deze zijn aan het einde van deze blog posting toegevoegd. Ze zijn ook via UWV in te zien.
Ik zie een positief besluit vanzelfsprekend met vertrouwen tegemoet…
Besluit (13 mei 2026)
Maar wat schetst mijn verbazing als ik een afwijzend besluit ontvang van het UWV. Er wordt botweg gesteld dat er geen enkel document is gevonden:
UWV heeft geen documenten aangetroffen die specifiek toezien op de door u gevraagde informatie. Om deze reden heeft UWV besloten om afwijzend op uw Woo-verzoek te beslissen.
Er zijn bij UWV geen documenten aangetroffen. Hoewel binnen de organisatie de intentie bestaat om het beschreven traject en de bijbehorende pilot op termijn te starten , bevindt dit traject zich nog in een voorbereidende fase en ontbreekt de capaciteit om de pilot gedegen uit te voeren.
Nu is het UWV niet in haar eerste leugen gestikt, maar deze leugen is wel extreem. UWV stelt hier, op 13 mei 2026, dat er nog geen pilot is gestart. En dat terwijl de minister een twee maanden eerder in een Aanbiedingsbrief aan de Tweede Kamer had gesteld dat een pilot was begonnen! En nee, de minister heeft de TK niet verkeerd voorgelicht (wat een doodzonde zou zijn, Heeft Vijlbrief de Tweede Kamer verkeerd voorgelicht?). UWV liegt tegen mij als ze zegt dat ze niets heeft aangetroffen.
Bezwaar op besluit (medio mei 2026)
Dus maar een bezwaar op de beslissing van UWV gecomponeerd, die ik hier voor een groot gedeelte weergeef:
UWV heeft het verzoek afgewezen op de grond dat er binnen de organisatie geen documenten aanwezig zouden zijn die onder de reikwijdte van het verzoek vallen. Deze weigering is gebaseerd op een feitelijk onjuiste premisse, een apert ontoereikende zoekslag en een onjuiste juridische interpretatie van het documentbegrip onder de Woo. Hieronder beargumenteer ik de gronden van mijn bezwaar.
1. Strijdigheid met formele verklaringen van de Minister van SZW (Feitelijke onjuistheid grondslag)
Er kan sprake zijn van twee scenario’s: ofwel de Minister heeft de Tweede Kamer onjuist geïnformeerd, ofwel de weigeringsgrond van het UWV berust op een feitelijke onwaarheid. Nu de Minister formeel heeft bevestigd dat de pilot ten tijde van het verzoek reeds actief liep met acht adviseurs, staat vast dat er operationele documenten, instructies, evaluatiecriteria of logginggegevens moeten bestaan. Een bestuursorgaan kan zich niet in redelijkheid op het standpunt stellen dat een operationele pilot met persoonsgegevens wordt uitgevoerd zonder dat daar één enkel document aan ten grondslag ligt.
2. Ernstig tekortschietende en ondoelmatige zoekslag
De Woo verplicht een bestuursorgaan tot het verrichten van een zorgvuldig en doeltreffend onderzoek naar de gevraagde documenten. Uit het besluit blijkt dat de uitgevoerde zoekslag louter heeft plaatsgevonden binnen de SharePoint-projectomgeving van de divisie Werkbedrijf, waarbij uitsluitend is gezocht op de termen “ist-soll” en “Stuurgroep BMS”.Het hanteren van deze twee uiterst specifieke en restrictieve zoektermen is volstrekt ontoereikend om documenten boven tafel te krijgen die zien op de dagelijkse praktijk van de pilot. Mijn verzoek vraagt specifiek naar onderzoeksopzetten, vergelijkingsmethodieken voor adviseurs, kwaliteitskenmerken en de inrichting van de dagelijkse vacature-feed. Het is een logische en algemene ervaringsregel dat operationele documenten (zoals handleidingen, e-mails naar adviseurs en technische inrichtingsnotities) niet noodwerkerwijs de term “ist-soll” of “Stuurgroep” bevatten.
3. Onjuiste interpretatie van het documentbegrip (art. 2.1 Woo)
UWV stelt dat er geen “definitieve stukken, vastgestelde onderzoeksopzetten, besluitvormingsdocumenten of andere formele documenten” beschikbaar zijn. Hiermee miskent het UWV de reikwijdte van de Woo.De Woo vereist geenszins dat documenten “definitief” of “formeel” moeten zijn om voor openbaarmaking in aanmerking te komen. Concepten, memo’s, interne mailwisselingen met de leverancier (8vance), notities van projectmedewerkers en werkinstructies aan de acht deelnemende adviseurs vallen integraal onder het documentbegrip van artikel 2.1 van de Woo. Het feit dat documenten zich mogelijk nog in een conceptfase bevinden, ontslaat het UWV niet van de plicht deze te inventariseren en per document te beoordelen of openbaarmaking (al dan niet gedeeltelijk) mogelijk is.
4. Privacyrechtelijke noodzaak tot documentatie (Art. 25 & 35 AVG)
Aangezien de Minister heeft bevestigd dat de pilot operationeel is, verwerken de acht UWV-adviseurs in het BMS-systeem persoonsgegevens van werkzoekenden. Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is UWV als verwerkingsverantwoordelijke wettelijk verplicht om voorafgaand aan een dergelijke verwerking de risico’s in kaart te brengen (DPIA) en de verwerkingsmethodiek vast te leggen in het kader van de verantwoordingsplicht (art. 5 lid 2 AVG).Het standpunt dat er geen enkele documentatie omtrent de methodiek of inrichting bestaat, zou betekenen dat UWV op grote schaal persoonsgegevens verwerkt in strijd met de fundamentele beginselen van de AVG. Dit versterkt het vermoeden dat de gezochte documenten wel degelijk binnen de organisatie berusten, dan wel dat de zoekslag onvolledig is geweest.
Ik vraag dus expliciet het volgende:
- Het primaire besluit van 13 mei 2026 (kenmerk 2026049.B) te heroverwegen en te herroepen;
- Een nieuwe, volledige en zorgvuldige zoekslag uit te voeren binnen de divisie Werkbedrijf, de mailboxen van de BMS-projectorganisatie en de betrokken rayons, waarbij gebruik wordt gemaakt van doeltreffende zoektermen;
- Eventueel aangetroffen concepten, memo’s en informele documenten expliciet bij de beoordeling te betrekken;
- De aldus geïdentificeerde documenten alsnog onverwijld openbaar te maken.
Mooi toch?
Hoorzitting (1 juli 2026)
Verder heb ik op 1 juli ook nog een hoorzitting met UWV gehad waarbij ik nog eens nadrukkelijk onder de aandacht heb gebracht dat er wel een pilot is geweest en dat om die reden er een behoorlijke hoeveelheid documentatie moet zijn. Het verslag van de hoorzitting is hieronder te lezen.
UWV geeft aan mijn bezwaren in de nieuwe zoekslag te betrekken. Wat kan er nu nog misgaan…?
Besluit op bezwaar (16 september 2026)
Gisteren viel dan het UWV besluit op mijn bewaar op de electronische mat, en het begon zo:
Wij verklaren uw bezwaar gegrond. Dit betekent dat wij het besluit van 13 mei 2026 herroepen. Wij
hebben in bezwaar een nieuwe zoekslag uitgevoerd waarbij een document is aangetroffen. Wij hebben
besloten om het document deels openbaar te maken. Onder het kopje ‘Overwegingen ten aanzien van
de gronden van bezwaar’ lichten wij dit toe.
Kippenvel natuurlijk, want het is één van de weinige keren dat UWV een verzoek of bewzaar gegrond verklaard. Maar het besef daalde al zeer snel in dat hier een dode mus werd aangeboden. Allereerst doordat er sprake is van een document, oftewel één document. Het ene document is een opgeleukte variant van het document waar ik al eerder kennis van heb genomen; een evaluatie van de pilot in de maand maart in de regio Friesland. Daarmee geeft UWV impliciet aan dat zij glashard gelogen heeft in haar eerdere besluit, waar ze dit zegt:
Er zijn bij UWV geen documenten aangetroffen. Hoewel binnen de organisatie de intentie bestaat om het beschreven traject en de bijbehorende pilot op termijn te starten, bevindt dit traject zich nog in een voorbereidende fase en ontbreekt de capaciteit om de pilot gedegen uit te voeren.
Biedt UWV hiervoor excuses aan wegens een volstrekt onjuiste voorstelling van de gang van zaken? Nee. Komt UWV met een verklaring over deze volstrekt onjuiste voorstelling van de gang van zaken? Wederom nee. UWV speelt stommetje en hoopt dat het niet opvalt? Daar lijkt het wel op.
Verder is één gevonden document is niet geloofwaardig voor het betreffende onderwerp (eerste pilot van BMS fase 1 met echte gebruikers (medewerkers uit het rayon Friesland)). Hiervoor zijn binnen een organisatie als UWV veel meer documentsporen onvermijdelijk. Los van de verschillende door mij initieel aangedragen documentsporen (zie onder het kopje: Woo-verzoek 2026049.B aan het einde van deze blog posting) heb ik in mijn bezwaar op besluit nog eens dit toegevoegd:
De Woo verplicht een bestuursorgaan tot het verrichten van een zorgvuldig en doeltreffend onderzoek naar de gevraagde documenten. Uit het besluit blijkt dat de uitgevoerde zoekslag louter heeft plaatsgevonden binnen de SharePoint-projectomgeving van de divisie Werkbedrijf, waarbij uitsluitend is gezocht op de termen “ist-soll” en “Stuurgroep BMS”. [MD: de oorspronkelijke zoektermen van UWV…]
Het hanteren van deze twee uiterst specifieke en restrictieve zoektermen is volstrekt ontoereikend om documenten boven tafel te krijgen die zien op de dagelijkse praktijk van de pilot. Mijn verzoek vraagt specifiek naar onderzoeksopzetten, vergelijkingsmethodieken voor adviseurs, kwaliteitskenmerken en de inrichting van de dagelijkse vacature-feed. Het is een logische en algemene ervaringsregel dat operationele documenten (zoals handleidingen, e-mails naar adviseurs en technische inrichtingsnotities) niet noodwerkerwijs de term “ist-soll” of “Stuurgroep” bevatten.
Wat zegt UWV vervolgens in haar besluit op bezwaar over haar nieuwe zoekslag? Dit:
Naar aanleiding van uw bezwaren ten aanzien van het tekort schieten van de zoekslag in de behandeling
van uw Woo-verzoek, is er bij het behandelen van uw bezwaar een uitvraag gedaan bij de divisie
Werkbedrijf. Na een gerichte zoekslag aan de hand van de informatie die u beschrijft, hebben wij een
document aangetroffen met de door u verzochte informatie. Het aangetroffen document is beoordeeld
aan de uitzonderingsgronden van de Woo. Naar aanleiding daarvan wordt het document deels openbaar
gemaakt.
Dit is alles… Geen syllabe over de criteria van de zoekslag, welke databases of andere bestanden zijn bevraagd. Helemaal niets. Een gerichte zoekslag, die precies één document oplevert dat toevallig ook nog eens vrijwel identiek is aan het door mij tijdens de hoorzitting aangegeven evaluatie van de pilot. Meer niet…
Slotopmerking
Het UWV is in mijn optiek met dit besluit op mijn bezwaarschrift door een absolute ondergrens gezakt. Blijkbaar is UWV van mening dat een Woo-verzoek van een fringeblogger haar kostbare tijd niet waard is en wil ze zich op deze manier er met een Jantje van Leiden vanaf maken. Want de mate van nalatigheid die het UWV in de behandeling van dit Woo-verzoek laat zien is niets minder dan schandalig. Vanazelfsprekend wordt dit een zaak voor de bestuursrechter. En dan is het nog maar te hopen dat de bestuursrechter zich niet even onverschillig opstelt als het UWV. Maar mijn vertrouwen in de rechtelijke macht is nog niet verbrijzeld.
Woo-verzoek 2026049.B
Dit verzoek ziet op alle documenten, opgesteld of ontvangen in de periode van 1 september 2025 tot aan de datum van dit verzoek, die betrekking hebben op de volgende onderdelen:
1. Onderzoeksopzet experimenteel gebruik: De volledige (concept)onderzoeksopzet voor het gebruik van BMS in de geselecteerde rayons, inclusief de beschrijving van de doelstellingen, de nulmeting en de beoogde eindevaluatie.
2. Vergelijkingsmethodiek: Documenten waarin de methodiek wordt beschreven die adviseurs hanteren om de matchresultaten van BMS te vergelijken met de resultaten uit het oude systeem (WBS/WCC). Dit omvat ook de instructies of protocollen die aan de deelnemende adviseurs zijn verstrekt.
3. Meetbaarheid van ‘Skills-matching’: Documentatie over de wijze waarop meetbaar wordt vastgesteld in welke mate het matchen op vaardigheden, competenties en ambities bijdraagt aan de uitstroom van werkzoekenden en de verbetering van de ondersteuning door adviseurs.
4. Kwaliteitskenmerken en vakliteratuur: Informatie over de ‘standaard kwaliteitskenmerken van matchingsystemen’ die het UWV hanteert bij dit onderzoek, inclusief verwijzingen naar de gebruikte vakliteratuur of standaarden van de leverancier (8vance) die in de onderzoeksopzet zijn geïncorporeerd.
5. Selectie en inrichting rayons: Beslisnota’s of memo’s over de selectie van de twee of drie specifieke rayons waar het experiment plaatsvindt, en de wijze waarop de ‘dagelijkse feed’ van vacatures en de handmatige invoer van profielen technisch en organisatorisch is ingericht.
6. Automatisering van de onderzoeksopzet: Documenten over de (mogelijke) investering in en uitvoering van het automatiseren van deze onderzoeksopzet, zodat deze als standaardmethode kan dienen voor de kwaliteitsbeheersing van het bemiddelingsproces.
