Een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof in de zaak Trump v. Slaughter (29 juni 2026) heeft directe en verstrekkende gevolgen voor de internationale privacywetgeving en de doorgifte van persoonsgegevens. Hoewel de zaak primair een Amerikaanse staatsrechtelijke discussie is over de macht van de president, trekt de uitspraak het juridische tapijt weg onder het huidige dataverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten.
De wortel van het kwaad
De directe aanleiding voor deze zaak ligt in de beslissing van president Donald Trump in maart 2025 (kort na de start van zijn tweede ambtstermijn) om de Democratische commissarissen van de Federal Trade Commission (FTC), waaronder Rebecca Kelly Slaughter, te ontslaan. Trump voerde aan dat haar aanwezigheid en beleidsvisie “inconsistent” waren met de prioriteiten van zijn administratie. Dit ontslag stuitte op felle juridische weerstand vanwege de specifieke inrichting van de FTC. Om politieke neutraliteit te waarborgen, heeft het Amerikaanse Congres destijds bepaald dat FTC-commissarissen een vaste termijn van zeven jaar dienen en dat een president hen tussentijds alleen mag ontslaan bij zwaarwegende redenen, zoals plichtsverzuim, wanprestatie of financieel wangedrag. Meningsverschillen over politieke prioriteiten vallen hier expliciet buiten.

