Ruim een maand geleden schreef ik een blog posting over mijn ervaringen met de Wet open overheid, meer specifiek naar aanleiding van in totaal zeven Woo-verzoeken die ik in het afgelopen halfjaar had ingediend bij het ministerie van SZW en die tot op dat moment nog altijd niet tot een uitspraak hadden geleid. Hemeltergende traagheid en, naar nu blijkt, een gevalletje van de slager die zijn eigen vlees keurt. Want de overheidsinstantie waar een Woo-verzoek aan moet worden gedaan is dezelfde instantie als degene die, om onduidelijke redenen, onvoldoende open is geweest. Er is dus alle reden voor een overheidsinstantie om afwijzend te reageren op een Woo-verzoek. En alleen als de verzoeker voldoende juridische kennis en/of ondersteuning heeft, is het mogelijk om afwijzende besluiten aan te vechten. Ter illustratie, op de eerste zes Woo-verzoeken heb ik vier afwijzende besluiten ontvangen waarvan er na bezwaar en een hoorzitting ondertussen drie van de vier Woo-verzoeken (deels) openbaar zijn gemaakt. Het vierde Woo-verzoek wacht nog op een hoorzitting.
