De Autoriteit Persoonsgegevens onleent haar bestaansrecht aan het beschermen van de privacy van Nederlandse burgers. Een nobele zaak. Maar als ze daarmee tegelijkertijd informatie afschermt waarmee burgers kunnen controleren of die bescherming daadwerkelijk werkt, wordt dat problematisch. Wat is het geval?
Aanleiding
Op 13 maart 2024 heb ik via de site van AP een klacht en een tip over 8vance ingediend. Dit heeft, na telefonisch contact, ertoe geleid dat de AP medio 2024 een tweetal normbrieven (met exact dezelfde inhoud) aan 8vance heeft verzonden, één naar de FG, één naar de directie. Ik heb op medio april 2026 een Woo-verzoek bij de AP ingediend; dit leverde mij medio mei 2026 uiteindelijk de twee normbrieven op en de mededeling dat ik mijn Woo-verzoek op een andere manier moest indienen. Wat ik braaf heb gedaan:
Ik heb medio mei 2026 de AP verzocht om openbaarmaking van alle informatie en documenten met betrekking tot de klachtafhandeling, het toezicht op en de eventuele handhavingsacties jegens het bedrijf 8vance, specifiek met betrekking tot massale en langdurige overtreding van de AVG. Mijn verzoek ziet in het bijzonder op de volgende documenten:
- Alle correspondentie tussen de AP en 8vance naar aanleiding van de normbrief over dit onderwerp.
- Alle correspondentie tussen de AP en het UWV/SZW in relatie tot de aan 8vance verstuurde normbrief.
- Interne documenten, memo’s ofverslagen waarin de besluitvorming over de opvolging van de klacht tegen 8vance is vastgelegd.
- Het reviewdocument (door een externe partij, in opdracht van 8vance) waaruit duidelijk wordt dat de verwerking van persoonsgegevens door 8vance onrechtmatig was/is.
- Alle documenten waarin, naar aanleiding van het reviewdocument, vervolgstappen, maatregelen en eventueel andere acties zijn vastgelegd
Als je zou denken dat het AP vol trots haar inspanningen wil laten zien om Nederlandse burgers tegen bedrijven als 8vance te beschermen dan kom je bedrogen uit. Op 8 juni kreeg ik een afwijzend besluit op mijn Woo-verzoek van de AP. Op 9 juni ontving de AP mijn bezwaar op haar besluit, gevolgd tot een (afwijzend) besluit op mijn bezwaar.
Als reden hiervoor is gegeven dat het belang van openbaarmaking van de gevraagde informatie niet opweegt tegen het belang van de inspectie, controle en toezicht door de AP. Het belang van openbaarmakingvan de gevraagde informatie weegt volgens de AP ook niet op tegen het belang van het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen.
Oftewel: als wij laten zien welke informatie wij ontvangen, wat wij onderzoeken en welke afwegingen wij maken, kunnen organisaties daar hun gedrag op aanpassen. Ook zouden burgers en organisaties minder bereid kunnen worden om vertrouwelijke informatie te verstrekken. Daarom moet het belang van openbaarheid volgens de AP wijken voor het beschermen van haar toezicht.
Dat toezicht soms vertrouwelijkheid nodig heeft, is begrijpelijk. Een tipgever moet bescherming kunnen krijgen. Een lopend onderzoek mag niet worden gesaboteerd. Maar de AP trekt deze redenering hier bijzonder ver door.
Zelfs de inhoudsopgave blijft achter slot en grendel. De AP weigert namelijk ook een overzichtslijst van documenten. Zo’n lijst zou volgens haar al te veel kunnen verraden over de informatie waarover zij beschikt en de manier waarop zij toezicht houdt. In het oorspronkelijke besluit weigerde zij zelfs prijs te geven óf de gevraagde documenten waren gevonden.
Daarmee ontbreekt voor de buitenwereld niet alleen het antwoord, maar ook het overzicht van wat er überhaupt te controleren valt. Is er contact geweest met 8vance? Zijn verklaringen gecontroleerd? Zijn risico’s onderzocht? Zijn maatregelen overwogen en opgevolgd? Zonder onderliggende informatie blijft onduidelijk welke werkzaamheden zijn verricht en wat die hebben opgeleverd.
Nog verstrekkender is dat de AP een afzonderlijke beoordeling per document “weinig zinvol” noemt. Haar argument: toezicht is haar kerntaak en de documenten die zij bezit hebben bij uitstek daarop betrekking. Daarom zou zo’n beoordeling onvoldoende bescherming bieden…
Hier dreigt de publieke taak zelf een reden voor geheimhouding te worden. Vrijwel alles wat de AP over een concrete toezichtzaak vastlegt, houdt immers verband met toezicht. Als dat verband al voldoende is om informatie collectief af te schermen, wordt het buitengewoon moeilijk om nog inzicht te krijgen in de uitvoering van die taak. De uitzondering krijgt dan in de praktijk de werking van een algemene afsluiting van het dossier.
Dat wringt met het doel van de Wet open overheid. De wetsgeschiedenis benadrukt juist dat toegang tot overheidsinformatie nodig is voor democratische controle. Die controle verliest veel van haar betekenis wanneer een organisatie haar eigen werkzaamheden zo breed buiten beeld kan houden.
Het gevolg is dat effectief toezicht en gebrekkig toezicht voor de buitenwereld moeilijk van elkaar te onderscheiden worden. De AP kan achter de schermen zorgvuldig hebben onderzocht en ingegrepen. Zij kan ook te weinig hebben gedaan. Deze weigering bewijst geen van beide. Zij ontneemt burgers juist veel van de informatie waarmee zij dat onderscheid zouden kunnen maken.
de AP beroept zich op de noodzaak van effectief toezicht om informatie af te schermen die nodig is om de effectiviteit van datzelfde toezicht te beoordelen. Dat is een extreme vorm van afscherming vanwege de breedte ervan: de stukken blijven geheim, de documentenlijst blijft geheim en afzonderlijke beoordeling wordt weinig zinvol genoemd. Of die weigering juridisch standhoudt, is aan de rechter. Bestuurlijk vraagt zij burgers vooral om vertrouwen, terwijl zij hun de middelen onthoudt om dat vertrouwen te onderbouwen.
Een beroepschrift is op 18 oktober bij de bestuursrechter ingediend. Hopelijk komt er in de lente een reactie…
