Op 2 november heb ik een (zoveelste) Woo-verzoek aan UWV gericht; gericht op de openbaarmaking van documenten in relatie tot de tender en het daarop volgende rampzalige verloop van het Bemiddelingsservice (BMS) project. Dit heeft de Nederlandse staat tussen de EUR 50 en EUR 100(+?) miljoen gekost. Tot op heden heb ik met mijn Woo-verzoeken bijzonder weinig medewerking ervaren van het UWV, maar een nieuw dieptepunt heb ik gisteren ontvangen, naar aanleiding van mijn verzoek (Woo 2026184) van 2 november:
Dit verzoek volgt op tientallen eerdere Woo-verzoeken die u bij UWV heeft ingediend over hetzelfde onderwerp. Uw Woo-verzoeken zijn uitvoerig of een herhaling van eerdere verzoeken en in sommige gevallen onvoldoende concreet omschreven. Dit maakt dat er voor UWV een onwerkbare situatie ontstaat over de afhandeling van uw verzoeken. Wij proberen zo goed als mogelijk uw verzoeken in behandeling te nemen, maar nog voordat voorgaande verzoeken zijn afgehandeld dient u opnieuw verzoeken in. De hoge frequentie van uw verzoeken legt een dusdanig beslag op de organisatie dat wij de stroom aan uw verzoeken niet meer aankunnen.





