Wervingsoorlog YER en Michael Page verhevigt

Euro's De vorig jaar door YER aangezwengelde strijd om de recruiters van Michael Page is opgelaaid. In februari dit jaar zijn alleen al 6 werknemers van de Britse beursgenoteerde recruiter naar de private concurrent YER overgestapt. Ten minste één daarvan is over zijn concurrentiebeding in juridisch getouwtrek met zijn werkgever verzeild. Vanochtend diende het kort geding van die medewerker, Martijn Lemckert, tegen zijn werkgever, Michael Page.

Feitelijk botsen beide bedrijven daarmee voor het eerst in de rechtbank met elkaar. Althans, zo betoogt Michael Page, dat bij monde van advocaat Henriëtte Bronsgeest stelt dat niet de medewerker, maar ‘YER […] de aanval op Michael Page [heeft] geopend. YER bestookt onophoudelijk de medewerkers van Michael Page.’ Haar vermoeden ondersteunt de advocaat in haar betoog door te melden dat ‘vijf van de zes naar YER overgestapte medewerkers worden bijgestaan door advocaat Van de Bult.’

En advocaat Floris van de Bult wordt door YER betaald – zo bevestigt YER-directeur Jaap Kooijman desgevraagd. Volgens Bronsgeest zou YER het vooral hebben voorzien op consultants van Michael Page die ‘net klaar zijn met hun [interne] opleiding. Daarin hoeft YER niet meer te investeren; de kosten daarvan zijn al door Michael Page betaald.’ Blijkens het kort geding zou YER de Michael-Page-consultants met hogere salarissen proberen te lokken.

Ook opmerkelijk: vier van de zes vertrekkende consultants werkten bij het kantoor van Michael Page in Rotterdam. Vorig jaar stapte de Rotterdamse kantoordirecteur Michel de Krieger over van Michael Page naar YER.

Beide partijen spraken als onderdeel van de schikking een ‘geheimhoudingsverklaring’ af. Michael Page weigert dan ook desgevraagd op de zaak in te gaan.

Schikking
Eiser Martijn Lemckert daagde zijn werkgever Michael Page in de woorden van zijn advocaat Floris van de Bult ‘omdat Michael Page geen goed werkgeverschap heeft betoond.’ Bovenal wilde de advocaat het concurrentiebeding van Lemckert van tafel. Onder het door Lemckert ondertekende beding mag hij de eerste twaalf maanden na afloop van zijn arbeidsovereenkomst zijn relaties en kandidaten niet benaderen. Bovendien mag hij gedurende diezelfde periode niet werkzaam zijn in het recruteren in de sectoren waarin hij voor Michael Page werkzaam was.

Michael Page, vertegenwoordigd door Executive Director Bart Oudega van het Rotterdamse kantoor, verzette zich tegen de eis, maar was wel bereid de voorwaarden van het beding op te rekken. Kantonrechter F. van der Hoek, bekend met soortgelijk corporate HRM-getouwtrek, stuurde vervolgens aan op een schikking, die na twee uur tot stand kwam. Michael Page beëindigt in goed overleg het arbeidscontract met zijn werknemer, die gedurende een periode van zes maanden nadien gehouden is aan het concurrentiebeding.

‘Béchu zegt het zelf’
Saillant is dat advocaat Van de Bult in zijn pleidooi verwees naar een eerder op RecruitmentMatters gedane uitspraak van Nicolas Béchu, directeur van Michael Page. Béchu zei in november: ‘Deze markt zou een open markt moeten zijn. Als iemand in een open arbeidsmarkt niet wil werken bij Michael Page, dan is het beter voor hem of haar om ergens anders te gaan werken.’ De advocaat van de vertrekkende werknemer vatte dit citaat aan om het concurrentiebeding van tafel te vegen, met de woorden: ‘Béchu zegt het zelf: Als iemand weg wil, moet hij dan maar gaan.’

Met de schikking is deze slag in een gelijkspel geëindigd. Maar de oorlog? Volgende week op RecruitmentMatters interviews met vertegenwoordigers van Michael Page en YER.

Wordt vervolgd.

Geef een antwoord

13 Comments