Werkloosheid daalt in december 2022 naar 3,5%

Nederlandse vlagVoor december is de werkloosheid uitgekomen op 3,5%, een daling van 0,1% ten opzichte van november en een daling van 0,3% ten opzichte van een jaar geleden (december 2021).

Wat moet we hiervan denken tegen de achtergrond van een verslechtering van de nodige economische parameters, zowel in Nederland als om ons heen? Is er een naderende recessie om rekening mee te houden of zorgt de collectieve aandacht voor de klimaatconferentie en de oorlog in Oekraine dat we groeiende misere in onze eigen achtertuin negeren. Een fraai werkloosheidscijfer draagt daar natuurlijk aan bij .

Overall werkloosheid
Zo ziet de werkloosheidsontwikkeling voor de Nederlandse beroepsbevolking (15 – 75 jaar) er uit in de laatste 20 jaar:

Gecorrigeerde werkloosheidspercentages, januari 2003 – december 2022. Bron: CBS, nieuwe definitie

Gecorrigeerde werkloosheidspercentages, januari 2003 – december 2022. Bron: CBS, nieuwe definitie


Sinds het dieptepunt van de financiële crisis (in 2014) is het eigenlijk alleen maar crescendo gegaan met de werkloosheid in Nederland. Corona zorgde voor een kleine onderbreking met een zeer beperkte impact (in tegenstelling tot de verwachtingen). En na een zeer kleine stijging sind medio 2022 is er alweer drie maanden een daling van de werkloosheid te noteren.

Overigens is het niet zo dat voor de verschillende leeftijdsgroepen de werkloosheid zich op een gelijke wijze heeft ontwikkeld. Daarom is het wel aardig om eens te kijken naar de onderliggende ontwikkelingen.


Werkloosheid 15 – 25 jarigen
Voor de jongste leeftijdsgroep ziet de werkloosheidsontwikkeling in de laatste 20 jaar er als volgt uit:

Gecorrigeerde werkloosheid, 15 – 25 jaar, januari 2003 – december 2022. Bron: CBS, nieuwe definitie

Gecorrigeerde werkloosheid, 15 – 25 jaar, januari 2003 – december 2022. Bron: CBS, nieuwe definitie


De daling van de werkloosheid onder 15 – 25 jarigen (van 7,8% in november naar 7,5% in december) is stevig te noemen, maar natuurlijk is de werkloosheid voor de jongste groep van de beroepsbevolking nog altijd relatief hoog, ook al is historisch gezien de werkloosheid in de laatste 20 jaar aanzienlijk hoger geweest; gedurende lange tijd zelfs (aanzienlijk) hoger dan 10%. Tegen deze achtergrond is de relatief lage werkloosheid opmerkelijk te noemen.

Minstens zo opmerkelijk is de fluwelen revolutie van het vrouwelijk deel van de jeugdige beroepsbevolking:

Gecorrigeerde werkloosheid naar geslacht, 15 – 25 jaar, januari 2003 – december 2022. Bron: CBS, nieuwe definitie

Gecorrigeerde werkloosheid naar geslacht, 15 – 25 jaar, januari 2003 – december 2022. Bron: CBS, nieuwe definitie


Waar zo’n 20 jaar geleden de werkloosheid onder vrouwen structureel hoger lag dan onder mannen is daar op dit moment geen sprake meer van. Integendeel, er is ondertussen sprake van parity, hoewel in de laatste periode van 2022 mannen er een soort eindsprintje uitpersen. Maar gezien de trend is dit niet houdbaar en dragen beide groepen evenveel bij aan de werkloosheid voor het jongste deel van de beroepsbevolking.

Werkloosheid 25 – 45 jarigen
Voor de middelste leeftijdsgroep ziet de werkloosheidsontwikkeling er de laatste 20 jaar als volgt uit:

Gecorrigeerde werkloosheid, 25 – 45 jaar, januari 2003 – december 2022. Bron: CBS, nieuwe definitie

Gecorrigeerde werkloosheid, 25 – 45 jaar, januari 2003 – december 2022. Bron: CBS, nieuwe definitie


Het blijft natuurlijk een opmerkelijk beeld, met op dit moment een werkloosheid van slechts 2,8%. En dat is 0,1% lager dan in november en maar liefst 0,4% lager dan in december 2021. Van recessie is geen spoor te bekennen

Werkloosheid 45 – 75 jarigen
Voor de oudste leeftijdsgroep ziet de werkloosheidsontwikkeling er de laatste 20 jaar als volgt uit:

Gecorrigeerde werkloosheid, 45 – 75 jaar, januari 2003 – december 2022. Bron: CBS, nieuwe definitie

Gecorrigeerde werkloosheid, 45 – 75 jaar, januari 2003 – december 2022. Bron: CBS, nieuwe definitie


Ook bij de grijze duiven is er sprake van een beperkte daling van de werkloosheid. Van 2,6% in november naar 2,5% in december. Waarmee de oudjes wederom de prijs van laagste werkloosheid in maand wegslepen. Hier is de extreem lage werkloosheid het meest zichtbaar van alle leeftijdsgroepen in de beroepsbevolking.

Machtig mooie grafiek ook, met één onafgrebroken zwarte piste tot aan december, met slechts een klein hupje als gevolg van COVID. Ik ben trots dat ik me tot de oudere beroepsbevolking mag rekenen, zelfs als mezelf als hobby pensionado mag rekenen.

Verandering van werkloosheid per leeftijdsgroep
In onderstaande grafiek heb ik de procentuele verandering van de werkloosheid ten opzichte van 2003 (=0%) per leeftijdsgroep weergegeven, op basis van de gecorrigeerde werkloosheid volgens de laatste CBS definitie:

Verandering van de werkloosheid per leeftijdsgroep (2003 = 0), januari 2003 – december 2022, o.b.v. gecorrigeerde werkloosheid volgens een nieuwe definitie (CBS)

Verandering van de werkloosheid per leeftijdsgroep (2003 = 0), januari 2003 – december 2022, o.b.v. gecorrigeerde werkloosheid volgens een nieuwe definitie (CBS)


Er is een behoorlijke eensgezindheid tussen de trendlijnen van de 3 leeftijdsgroepen, waarbij er tegelijkertijd (voor een groot deel van de grafiek) er een klein faseverschil is. De trendlijn van de 15 – 25-jarigen begint meestal iets eerder met een stijging dan de andere twee, en hetzelfde geldt voor een daling. Geen opzienbarende ontwikkeling (jongeren vertrekken in het algemeen als eerst tijdens een verslechtering van de arbeidsmarkt, maar worden als eerste weer aangenomen als de situatie verbetert) maar het wordt ook duidelijk weergegeven in de trendlijnen.

Ook interessant, de %verandering van de trendlijn voor jongeren is veel minder sterk dan die bij de andere leeftijdsgroepen; meestal bestaat het beeld dat juist de jongeren het hardst geraakt worden door een crisis terwijl dat in ieder geval in deze grafiek niet blijkt+ eerder het tegenovergestelde.

Zo mogelijk nog opvallender; de grijze duiven doen het de laatste jaren extreem goed, en duidelijk beter dan de andere twee leeftijdsgroepen. Een bijzondere ontwikkeling waar ik in de komende maanden nog eens een keer wat dieper in zal duiken. Er is een hypothetische verklaring op basis van de arbeidsparticipatie.

  • De netto arbeidsparticipatie van de grijze duiven is op dit moment 62% en heeft de laatste twintig jaar een min of meer continue groei laten zien, vn 48% in 2003 tot 62% nu. In theorie zit hier dus nog zeer veel ruimte, maar het kan zijn dat de deelnemers van deze groep daar andere gedachten over hebben, zeker als ze tot het oudere deel behoren.
  • De netto arbeidsparticipatie van de middengroep staat op 87,7% en is al jaren zeer hoog.
    Hier valt weinig te halen, met uitzondering van part-timers die misschien bereid gevonden kunnen worden om meer uren per week te gaan werken. Wonderen zijn hier volgens mij niet van te verwachten.

  • De netto arbeidsparticipatie van de jongeren is 77% en is in 10 jaar 10 met zo´n 8% gegroeid. Maar wat is de potentie? En hoe zit het met deeltijdwerk onder de huidige werkenden?

Een simpele verklaring is dus dat er meer te halen valt bij de oudjes. Maar zoals ik zei, dit vraagt om meer onderzoek. Dus dat moet ik maar eens gaan doen

Tot volgende maand.

Geef een antwoord